Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
1.016,00
Rechtbank Amsterdam
De Vechtoever exploiteert een vakantiepark en had een langdurig conflict met gedaagde, die tot maart 2022 eigenaar was van een chalet op het park. Partijen sloten op 13 januari 2022 een schikkingsovereenkomst waarin zij afspraken zich wederzijds te onthouden van negatieve uitlatingen over elkaar en geheimhouding te betrachten. Gedaagde verkocht haar chalet en leverde deze op 28 februari 2022 aan De Vechtoever.
Ondanks deze afspraken stuurde gedaagde op 27 april 2022 een e-mail met grievende en negatieve uitlatingen over het park en haar functionarissen, wat De Vechtoever aanleiding gaf een kort geding te starten. De rechtbank oordeelt dat het verbod op negatieve uitlatingen niet tijdsbeperkt is en ook geldt jegens de functionarissen van De Vechtoever.
De vrijheid van meningsuiting biedt geen bescherming aan de grievende bewoordingen die gedaagde gebruikte. De rechtbank verbiedt gedaagde zich negatief uit te laten over De Vechtoever en haar functionarissen, legt een dwangsom op bij overtreding en veroordeelt haar in de proceskosten.
Uitkomst: Gedaagde wordt verboden zich negatief uit te laten over De Vechtoever en haar functionarissen onder verbeurte van een dwangsom.