Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
2.De feiten
3.De beoordeling
.
De schoolkosten van [minderjarige 1]; nu de man heeft de kosten voor de school van [minderjarige 1] ad
De kosten van de bijlessen wiskunde van [minderjarige 1]; nu de man stelt dat deze bijlessen
De kosten van de Russische les van [minderjarige 2]; nu de man onbetwist heeft gesteld dat deze lessen € 10,-- per les kosten en dat [minderjarige 2] gedurende 10 maanden per jaar vier keer per maand Russische les heeft. Deze lessen kosten dan ook € 400,-- per jaar, zijnde afgerond € 33,-- per maand;
De kosten van de atletiek van beide kinderen; nu de vrouw stelt dat de kosten voor de atletiek voor beide kinderen € 500,-- per jaar, zijnde afgerond € 42,-- per maand, bedragen en de man deze kosten niet heeft betwist;
De kosten van summercamp van [minderjarige 1]: nu deze kosten door de vrouw onbetwist zijn gesteld op € 315,-- per jaar, zijnde afgerond € 26,-- per maand;
De kosten van de pianoles van beide kinderen; nu de man onbetwist heeft gesteld dat deze lessen € 25,-- per les kosten en dat beide kinderen gedurende 10 maanden per jaar vier keer per maand pianoles krijgen. Deze lessen kosten in totaal dan ook € 2.000,-- per jaar, zijnde afgerond € 167,-- per maand;
De kosten van de vakanties van de kinderen; nu de rechtbank het redelijk acht om gelet op de stellingen van partijen ten aanzien van de vakanties uit te gaan van een extra bedrag aan kosten voor de vakanties van de kinderen van € 1.518,-- per kind per jaar, zijnde voor twee kinderen € 253,-- per maand, zoals dit ook door de man is gesteld en onderbouwd.