Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
vonnis van de kantonrechterkort geding
[eiser]
[gedaagde]
VERLOOP VAN DE PROCEDURE
GRONDEN VAN DE BESLISSING
Uitgangspunten in conventie en reconventie
Geschil in conventie
Primair
Rechtbank Amsterdam
De huurder vorderde in kort geding dat de verhuurder verplicht zou worden de woning te isoleren en ratten te bestrijden vanwege kou en rattenoverlast. De verhuurder betwistte de aanwezigheid van gebreken en voerde aan dat de klachten onvoldoende aannemelijk waren.
Diverse onderzoeken door bedrijven en instanties, waaronder een rattenverdelgingsbedrijf en de GGD, toonden geen ernstige gebreken of rattenplaag aan. De kantonrechter oordeelde dat de subjectieve klachten van de huurder onvoldoende objectief waren onderbouwd om te spreken van een gebrek.
De vorderingen tot isolatie en rattenbestrijding werden daarom afgewezen. Ook de vordering van de verhuurder om de huurder te verbieden ventilatiegaten te dichten werd afgewezen wegens gebrek aan concrete aanwijzingen. Beide partijen werden in de proceskosten veroordeeld.
Uitkomst: De vorderingen van de huurder tot isolatie en rattenbestrijding worden afgewezen wegens onvoldoende bewijs van gebreken.