Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De beschuldiging (tenlastelegging)
3.Ontvankelijkheid van de officier van justitie
4.Waardering van het bewijs
Voor een doorzoeking als bedoeld in het eerste lid behoeft de officier van justitie de machtiging van de rechter-commissaris. Deze machtiging is met redenen omkleed.
art. 69.2 AWR gericht is tot degene die een ‘bij de belastingwet voorziene aangifte’ onjuist of onvolledig doet. Als pleger van het onjuist of onvolledig doen van een bij de belastingwet voorziene aangifte moet daarom worden aangemerkt degene die tot het doen van de aangifte gehouden is.
.
5.Bewezenverklaring
6.De strafbaarheid van de feiten
7.De strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straffen en maatregelen
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
taakstraf van honderdtachtig (180) uren, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid en bepaald dat
vervangende hechteniszal worden toegepast van
vijftig (90) dagenals verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht.
€ 25.000,-(vijfentwintigduizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 160 dagen.