ECLI:NL:RBAMS:2022:3779

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
27 juni 2022
Publicatiedatum
4 juli 2022
Zaaknummer
C/13/718315 / FA RK 22-3372
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:4 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening zorgmachtiging voor verplichte geestelijke gezondheidszorg gedurende twaalf maanden

De rechtbank Amsterdam behandelde het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, die lijdt aan schizofrenie en een co-morbide stoornis in het gebruik van cannabis.

Uit de stukken en de zitting bleek dat betrokkene vanuit paranoïde wanen agressief gedrag vertoont richting buren en omgeving, waaronder doodsbedreigingen en bedreigingen aan ambulancepersoneel. Betrokkene weigert medicatie en is zorgmijdend, wat leidt tot ernstige overlast en een zorgelijke situatie. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven voor verplichte zorg.

De rechtbank acht verplichte zorg noodzakelijk, waaronder medicatietoediening, medische controles, bewegingsbeperkingen, toezicht, onderzoek van kleding en woonruimte, en opname in een accommodatie. De zorgmachtiging wordt verleend voor de duur van twaalf maanden met als doel de stabilisatie van de geestelijke gezondheid en het afwenden van ernstig nadeel.

De beschikking is op 27 juni 2022 mondeling gegeven en op 4 juli 2022 schriftelijk uitgewerkt. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor verplichte zorg aan betrokkene voor de duur van twaalf maanden.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM.
Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd
zaaknummer / rekestnummer: C/13/718315 / FA RK 22-3372
kenmerk: ZM / IND / 55724
Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
Beschikking van 27 juni 2022van de rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 1965 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] ,
hierna te noemen: betrokkene,
zorgaanbieder: GGZ inGeest,
advocaat: mr. I. Baardman.

1.Procesverloop

Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 7 juni 2022.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 27 juni 2022 in het gebouw van de rechtbank. De rechtbank heeft de volgende personen gehoord:
- betrokkene;
- bovengenoemde advocaat;
- A. van Bergen, psychiater;
- P. Theunissen, verpleegkundige.
Omdat de officier van justitie een nadere motivering van het verzoek niet nodig achtte, is hij niet op de mondelinge behandeling verschenen.

2.Beoordeling

2.1.
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van schizofrenie en een co-morbide stoornis in het gebruik van middelen (cannabis).
2.2.
Anders dan de advocaat is de rechtbank van oordeel dat deze stoornis leidt tot ernstig nadeel en dat dit voldoende is onderbouwd. Betrokkene heeft in het verleden vanuit waanovertuigingen overlast veroorzaakt in de thuissituatie. Ook in de huidige situatie reageert betrokkene vanuit paranoïde overtuigingen agressief op buren en zijn omgeving. Betrokkene heeft doodsbedreigingen geuit naar zijn buren en heeft tegen ambulancepersoneel gezegd dat hij zichzelf mogelijk door het hoofd zal schieten (wat betrokkene overigens later heeft ontkend te hebben gezegd). Door de vele overlastmeldingen heeft de woningbouwvereniging betrokkene meerdere andere woningen aangeboden, maar die aanbiedingen heeft hij afgeslagen. Er is nu besloten om een laatste-kans-woning in te zetten. Als betrokkene deze woning niet accepteert, is de kans groot dat hij dakloos wordt. Volgens de behandelaren is de situatie zorgelijk. Betrokkene weigert medicatie en is zorgmijdend. Er is geprobeerd om hem onder de huidige machtiging op te nemen in een accommodatie, maar de behandelaren konden betrokkene toen niet vinden. De rechtbank acht het van belang dat betrokkene weer medicatie gebruikt om zijn toestandsbeeld te stabiliseren, zo nodig in een accommodatie. Volgens zijn behandelaren heeft betrokkene in het verleden goed gefunctioneerd met medicatie en er kwamen toen ook minder overlastmeldingen binnen.
Het ernstig nadeel is gelegen in:
-levensgevaar;
-ernstig lichamelijk letsel;
-ernstige psychische schade;
-ernstige materiële schade;
-maatschappelijke teloorgang;
-de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept;
-de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
2.3.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen of de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.
2.4.
Gebleken is dat geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Om die reden is verplichte zorg nodig. Van de in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg, acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk:
  • toedienen van medicatie voor de duur van twaalf maanden;
  • verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening voor de duur van twaalf maanden;
  • beperken van de bewegingsvrijheid telkens voor de duur van maximaal twee maanden;
  • insluiten telkens voor de duur van maximaal één week;
  • uitoefenen van toezicht op betrokkene telkens voor de duur van maximaal één week;
  • onderzoek aan kleding of lichaam telkens voor de duur van maximaal twee maanden;
  • onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen telkens voor de duur van maximaal twee maanden;
  • controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen telkens voor de duur van maximaal twee maanden;
  • aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten voor de duur van twaalf maanden. Deze vorm van verplichte zorg ziet op het nakomen van de afspraken tussen de ambulante behandelaren en betrokkene, zoals omschreven in het zorgplan;
  • opnemen in een accommodatie telkens voor de duur van maximaal twee maanden.
2.5.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
2.6.
De verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
2.7.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van twaalf maanden.

3.Beslissing

De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van
[betrokkene], geboren op
[geboortedatum] 1965 te [geboorteplaats] , inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de in rechtsoverweging 2.4 genoemde maatregelen kunnen worden getroffen;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 27 juni 2023.
Deze beschikking is op 27 juni 2022 mondeling gegeven door mr. A.K. Mireku, rechter, en in het openbaar uitgesproken, bijgestaan door M. Amarki als griffier en op 4 juli 2022 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open
.