Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
Beide partijen hebben producties in het geding gebracht.
2.De feiten
De man heeft de Nederlandse nationaliteit en de vrouw de Syrische.
,geboren op [geboortedatum 2] te [geboorteplaats] .
Rechtbank Amsterdam
Partijen zijn gescheiden ouders van twee minderjarige kinderen met gezamenlijk gezag. Na een incident in juni 2021 verliet de moeder met de kinderen de gezamenlijke woning en verbleef sindsdien in een vrouwenopvang vanwege veiligheidsrisico's, waaronder het risico op eergerelateerd geweld. De vader vorderde een verhuisverbod omdat hij vreest dat de verhuizing de omgang en toekomstige zorgverdeling met de kinderen zal belemmeren.
De moeder verzocht om vervangende toestemming om met de kinderen te verhuizen naar een woonplaats waar zij familie heeft en zich veilig voelt. De rechtbank stelde vast dat de moeder en kinderen al geruime tijd in een noodopvang verblijven en dat de verhuizing noodzakelijk is voor hun veiligheid en welzijn. De omgangsregeling is met hulp van de gecertificeerde instelling SAVE tot stand gekomen en wordt ook na verhuizing voortgezet.
De rechtbank oordeelde dat de vader door de verhuizing niet onredelijk wordt gehinderd in het onderhouden van contact met de kinderen en dat de noodzaak van de verhuizing zwaarder weegt. Daarom werd het verhuisverbod afgewezen en de vervangende toestemming voor verhuizing aan de moeder toegekend. De proceskosten worden tussen partijen verrekend.
Uitkomst: Het verhuisverbod van de vader wordt afgewezen en de moeder krijgt vervangende toestemming om met de kinderen naar een veilige woonplaats te verhuizen.