ECLI:NL:RBAMS:2022:3899
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond wegens niet-naleving substance-eisen voor aanwezigheid in Nederland
Eiseres werd door de staatssecretaris van Financiën verzocht om inlichtingen te verstrekken over de jaren 2014 tot en met 2016 op grond van het Uitvoeringsbesluit internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen. De staatssecretaris stelde dat eiseres niet voldeed aan de substance-eisen, waaronder dat bestuursbesluiten in Nederland moeten worden genomen.
Eiseres voerde aan dat zij wel aan deze eisen voldeed, onder meer omdat beslissingsbevoegdheid gelijk verdeeld was tussen bestuurders in Nederland en de Verenigde Staten, en verwees naar jurisprudentie van de Hoge Raad. De staatssecretaris stelde dat de bestuursbesluiten niet in Nederland waren genomen en dat dit essentieel was voor de aanwezigheidseis.
De rechtbank oordeelde dat eiseres na ontbinding bleef voortbestaan vanwege lopende vereffening en verklaarde het beroep ontvankelijk. Vervolgens stelde de rechtbank vast dat de bestuursbesluiten niet in Nederland waren genomen, hetgeen een essentiële vereiste is volgens het Uitvoeringsbesluit. De argumenten van eiseres over de structuuradviseur werden niet relevant geacht omdat deze geen bestuurder is.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard. Er werd geen aanleiding gezien voor proceskostenveroordeling of griffierechtvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard omdat bestuursbesluiten niet in Nederland zijn genomen en dus niet aan de substance-eisen wordt voldaan.