Op 1 juli 2022 heeft de rechtbank Amsterdam een tussenvonnis gewezen in een zaak tegen een verdachte zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland. Verdachte werd beschuldigd van winkeldiefstal van 29 doosjes koffiecapsules ter waarde van €217,21 bij Albert Heijn. De rechtbank achtte het feit bewezen op basis van een bekennende verklaring en ondersteunende bewijsmiddelen.
De officier van justitie vorderde de oplegging van een ISD-maatregel voor twee jaar, aangezien verdachte voldoet aan zowel de harde als zachte criteria. Verdachte kampt met een chronische harddrugsverslaving en mogelijke psychiatrische problematiek, en zijn verblijfstatus belemmert intensieve behandeling en repatriëring naar zijn land van herkomst.
De rechtbank nam kennis van het rapport van GGZ Reclassering Inforsa en het advies van een deskundige reclasseringswerker, die het opleggen van de ISD-maatregel ondersteunden. Gezien de uitzichtloosheid van terugkeer en de medische situatie van verdachte, besloot de rechtbank het onderzoek te heropenen en een nieuwe zitting te plannen waarbij vertegenwoordigers van de IND en ISD-VRIS worden opgeroepen om vragen over verblijfsstatus, medische toestand en repatriëring te beantwoorden.
De rechtbank benadrukte het belang van een zorgvuldige afweging, mede gezien het recidiverisico en de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Het onderzoek wordt geschorst en hervat op een nader te bepalen datum, waarbij verdachte wordt opgeroepen met kennisgeving aan zijn raadsman.