Uitspraak
hierna te noemen: verzoeker,
1.Procesverloop
GGZ inGeest, locatie [locatie] . De rechtbank heeft de volgende persoon gehoord:
.
2.Feiten
3.Standpunt verzoeker en reacties daarop
4.Beoordeling
5.Beslissing
.
Rechtbank Amsterdam
Verzoeker verbleef van 4 tot 8 juni 2022 zonder rechtsgeldige titel in een GGZ-accommodatie na het vervallen van de machtiging tot voortzetting van een eerste crisismaatregel. Dit kwam doordat de officier van justitie verzuimde tijdig een zorgmachtiging aan te vragen, waardoor verzoeker onterecht van zijn vrijheid werd beroofd.
De rechtbank stelde vast dat de onrechtmatige vrijheidsberoving vijf dagen duurde, aangezien de tweede crisismaatregel pas op 8 juni in de avond werd afgegeven. Verzoeker vorderde een schadevergoeding van €875, terwijl het Openbaar Ministerie en Arkin een lager bedrag van respectievelijk €80 per dag en geen aansprakelijkheid van Arkin voorstelden.
De rechtbank besloot de schadevergoeding vast te stellen op €105 per dag, aansluitend bij vergelijkbare vergoedingen bij onrechtmatige strafrechtelijke detentie, en kende verzoeker een totaalbedrag van €525 toe. Tevens wees de rechtbank het verzoek tot proceskostenveroordeling af, omdat een toevoeging aan de advocaat was verstrekt.
De beschikking werd op 5 juli 2022 mondeling gegeven en op 12 juli 2022 schriftelijk ondertekend. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open.
Uitkomst: De Staat wordt veroordeeld tot betaling van €525 schadevergoeding wegens onrechtmatige vrijheidsberoving gedurende vijf dagen.