ECLI:NL:RBAMS:2022:4020
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Beklag ongegrond wegens voortduren beslag op auto betrokken bij schietincident
Klaagster diende een klaagschrift in op grond van artikel 552a Sv tegen het beslag op haar personenauto, die betrokken was bij een schietincident waarbij de beslagene kort tevoren uit de auto stapte. Klaagster had de auto uitgeleend aan de beslagene en stelde zelf geen strafbaar feit te hebben begaan.
De rechtbank voerde een raadkameronderzoek uit waarbij de gemachtigde raadsman van klaagster en de officier van justitie werden gehoord. Klaagster was niet verschenen. Het Openbaar Ministerie verzette zich tegen teruggave van de auto vanwege het strafvorderlijk belang en de betrokkenheid van de auto bij meerdere schietincidenten.
De rechtbank overwoog dat het onderzoek in een beklagprocedure summier is en niet vooruitloopt op een hoofdzaak. Zij beoordeelde of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert en of het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de auto zal worden verbeurdverklaard.
Gezien de feiten en het ontbreken van een verklaring van klaagster, oordeelde de rechtbank dat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter de auto zal verbeurdverklaren. Daarom verzet het strafvorderlijk belang zich tegen opheffing van het beslag en werd het beklag ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beklag tegen het beslag op de auto wordt ongegrond verklaard en het beslag blijft gehandhaafd.