ECLI:NL:RBAMS:2022:4027
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot schadevergoeding na verzekering wegens gebruik vals identiteitsbewijs
Verzoeker werd op 15 november 2021 aangehouden en in verzekering gesteld wegens het gebruik van een vals identiteitsbewijs. Na twee dagen werd hij heengezonden en de strafzaak werd op 17 november 2021 onvoorwaardelijk geseponeerd door het Openbaar Ministerie op beleidsmatige gronden.
Verzoeker vroeg de rechtbank om een vergoeding van €260,- voor de schade door de verzekering en €340,- tot €680,- voor de kosten van het verzoekschrift. De rechtbank beoordeelde het verzoek op grond van artikel 533 en Pro 530 van het Wetboek van Strafvordering.
Hoewel een beleidssepot in principe recht geeft op een schadevergoeding, geldt een toets of de persoon zichzelf in de situatie heeft gebracht die tot verzekering leidde. Omdat verzoeker een vals identiteitsbewijs gebruikte, oordeelde de rechtbank dat er geen billijkheidsggronden zijn voor vergoeding.
Daarom werden zowel het verzoek tot schadevergoeding als het verzoek tot vergoeding van kosten afgewezen. De beslissing werd op 3 mei 2022 in het openbaar uitgesproken door rechter H.E. Hoogendijk.
Uitkomst: Verzoek tot schadevergoeding en kostenvergoeding na verzekering wegens gebruik vals identiteitsbewijs is afgewezen.