Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
[klager] ,
mr. R. Pothast, [adres] ,
Rechtbank Amsterdam
Klager, een beginnend bestuurder, had zijn rijbewijs ingevorderd gekregen na een verkeersincident waarbij een bloedalcoholgehalte van 0,91 milligram per milliliter bloed werd vastgesteld. Hij verzocht om teruggave van zijn rijbewijs omdat hij dit dringend nodig had voor zijn werk en herstel na een beenbreuk.
De officier van justitie erkende dat het alcoholgehalte te hoog was voor een beginnend bestuurder, maar stelde dat dit slechts een voorwaardelijke ontzegging rechtvaardigde, waardoor teruggave mogelijk was. De rechtbank oordeelde dat de voorlopige inhouding rechtmatig was op grond van het vermoeden van overtreding van artikel 8 lid 2 WVW Pro 1994.
Echter, gezien de bloedalcoholwaarde en het feit dat een onvoorwaardelijke ontzegging waarschijnlijk zou volgen, achtte de rechtbank het passend het beklag gegrond te verklaren en het rijbewijs terug te geven. Dit laat de mogelijkheid open dat de strafrechter later een onvoorwaardelijke ontzegging oplegt die de duur van de inhouding overstijgt.
Uitkomst: Het beklag wordt gegrond verklaard en het rijbewijs wordt aan klager teruggegeven.