Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.[gedaagde sub 1] ,
[gedaagde sub 3],
1.De zaak in het kort
2.De procedure
- de dagvaarding van 19 april 2020,
- de akte houdende overlegging producties van VUmc,
- de conclusie van antwoord, met producties,
- het tussenvonnis van 15 december 2021, waarbij een mondelinge behandeling is bepaald,
- de conclusie van antwoord in reconventie, tevens wijziging eis in conventie, met productie,
- de akte houdende antwoord eiswijziging en uitlating productie, tevens bezwaar verkapte conclusie van repliek,
- de rolbeslissing van 29 maart 2022 om hoofdstuk 2 van de conclusie van antwoord in reconventie buiten beschouwing te laten,
- het proces-verbaal van de op 19 mei 2022 gehouden mondelinge behandeling, met de daarin genoemde stukken,
- de reactie op het proces-verbaal van de zijde van VUmc van 31 mei 2022.
3.De feiten
- een upfront betaling van USD 10 miljoen, te verminderen met een aantal schulden en kosten;
- uitgestelde betalingen bij het bereiken van bepaalde mijlpalen (‘Milestone Payments’); en
- 10 miljoen aandelen in de vennootschap [dochtervennootschap] (‘Purchase Price Shares’).