ECLI:NL:RBAMS:2022:407
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Intrekking erkenning leerbedrijf wegens onvoldoende beroepspraktijkvorming en begeleiding
Verzoekster, een Amsterdams bedrijf dat medische thuiszorg aanbiedt via leerlingen van een zorgopleiding, werd door het bestuur van de Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB) de erkenning als leerbedrijf ontnomen. Dit omdat verzoekster niet langer voldeed aan de voorwaarden uit het Erkenningsreglement, met name doordat er onvoldoende passende werkzaamheden binnen de eigen organisatie werden aangeboden en er geen voldoende deskundige begeleiding was.
Verzoekster voerde aan dat zij erop mocht vertrouwen de erkenning te behouden, dat de beroepspraktijkvorming ook buiten de eigen locatie mocht plaatsvinden en dat het besluit onvoldoende zorgvuldig en gemotiveerd was. De voorzieningenrechter oordeelde echter dat de WEB vereist dat beroepspraktijkvorming binnen de eigen organisatie plaatsvindt en onder volledige verantwoordelijkheid van het leerbedrijf. Externe plaatsingsorganisaties kunnen niet als eigen organisatie worden aangemerkt.
Daarnaast was onvoldoende duidelijk hoe de begeleiding van studenten was geregeld. De voorzieningenrechter vond dat verweerder terecht de erkenning introk en dat er geen ruimte was voor een lichter middel. Ook werd rekening gehouden met de belangen van de studenten door de intrekking pas per 31 januari 2022 te laten ingaan.
De voorzieningenrechter verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af, omdat op het beroep werd beslist. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de erkenning als leerbedrijf wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.