ECLI:NL:RBAMS:2022:4155
Rechtbank Amsterdam
- Verstek
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot gedwongen verkoop en verdeling overwaarde woning na beëindiging samenwoning
Eiseres en gedaagde hebben in 2008 samen een woning gekocht. Eiseres is in 2011 uit de woning gezet en woont sindsdien elders. In 2020 heeft gedaagde eiseres benaderd om mee te werken aan overname van de woning, waarbij hij stelde dat zij geen aanspraak maakt op overwaarde omdat zij niet bijdroeg aan de kosten. Eiseres maakte aanspraak op de helft van de overwaarde en stelde taxatie voor. Het traject met een makelaar is stilgevallen.
Gedaagde woont nog steeds in de woning en wil deze overnemen, maar heeft zich het afgelopen jaar niet meer inhoudelijk uitgelaten over de verdeling. Eiseres wil de verdeling afdwingen omdat zij niet langer de buurt met gedaagde wil delen en niet meer lastiggevallen wil worden met mededelingen over de woning.
De voorzieningenrechter oordeelt dat hoewel niemand in onverdeeldheid hoeft te blijven, het te vroeg is om in kort geding een gedwongen verkoop en verdeling af te dwingen. Het uitkooptraject is gestagneerd en het standpunt van gedaagde is onduidelijk. De vordering wordt daarom als kennelijk ongegrond afgewezen. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij de eigen kosten draagt.
Uitkomst: Vordering tot medewerking aan verkoop en verdeling overwaarde woning wordt als kennelijk ongegrond afgewezen.