ECLI:NL:RBAMS:2022:425
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.C.J. Hamming
- C.M. Degenaar
- R.M. Troost
- Rechtspraak.nl
Veroordeling verdachte voor feitelijke aanranding van de eerbaarheid van twee vrouwen
De rechtbank Amsterdam heeft op 3 februari 2022 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van feitelijke aanranding van de eerbaarheid van drie vrouwen in verschillende periodes tussen 2002 en 2018.
Na onderzoek acht de rechtbank bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan feitelijke aanranding van twee vrouwen in 2016 en 2018, waarbij hij hen onverhoeds en tegen hun wil seksueel heeft betast. De derde tenlastelegging uit 2002 en 2012/2013 werd niet bewezen geacht en verdachte werd daarvan vrijgesproken.
De rechtbank motiveert dat de aanrandingen onverhoeds en onvermijdelijk waren voor de slachtoffers, die deel uitmaakten van een hechte vriendengroep, en dat verdachte geen rechtvaardigingsgrond had. Verdachte wordt veroordeeld tot een taakstraf van 120 uren, waarvan 40 uren voorwaardelijk, met bijbehorende vervangende hechtenis. Tevens wordt een immateriële schadevergoeding van €500 toegewezen aan één van de slachtoffers.
De rechtbank houdt rekening met het strafblad van verdachte, zijn behandeling voor verslavingen en het lage recidiverisico. De vordering van het andere slachtoffer wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens vrijspraak op dat punt. De uitspraak benadrukt het belang van bescherming van lichamelijke integriteit binnen sociale relaties.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een taakstraf van 120 uren, waarvan 40 uren voorwaardelijk, voor feitelijke aanranding van twee vrouwen en vrijgesproken van een derde tenlastelegging.