Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 januari 2022 in de zaak tussen
[eiseres] , te Amsterdam, eiseres
Procesverloop
Overwegingen
Eiseres werkte als administratief medewerkster voor 32 uur per week. Op
15 juli 2013 heeft zij zich ziek gemeld met een hersenvliesontsteking als gevolg van een waterpokkeninfectie. Met ingang van 13 juli 2015 is aan haar een WIA-uitkering toegekend vanwege arbeidsongeschiktheid van 52,57%. Naar aanleiding van een melding dat haar gezondheidssituatie is verslechterd, heeft het Uwv haar WIA-uitkering gewijzigd naar een arbeidsongeschiktheid van 53,35% per 1 oktober 2016. Hiertegen loopt nog een hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep (CRvB).
Oordeel van de rechtbank
29 mei 2017. De situatie en gevolgen zijn gelijk. En dit geldt ook voor het niveau van functioneren. In de brief van 29 mei 2017 zijn de gevolgen van het hersenletsel door de revalidatiearts beschreven. Het moeite hebben met het verwerken van prikkels staat op de voorgrond. Dit leidt er bij eiseres toe dat zij met name bij geluid erg vermoeid raakt. Zij is hierdoor fysiek en mentaal erg laag belastbaar. Bij overprikkeling krijgt eiseres meer hoofdpijn, en heeft zij toename van haar cognitieve klachten zoals volhouden van de aandacht, onthouden, tempo van handelen, spreken en horen. Alle geluiden komen extreem heftig binnen. Gezien de termijn na het letsel verwacht de revalidatiearts geen verandering meer in het niveau van functioneren van eiseres, zo staat in de brief van 29 mei 2017, dus vóór de datum in geding. Dit standpunt wordt door de revalidatiearts herhaald in de brief van 30 december 2020.
1 oktober 2016. De neuroloog zag eiseres op een spreekuur van 8 februari 2018. De neuroloog schrijft dat met een neuropsychologisch onderzoek bij eiseres geen afwijkingen worden geobjectiveerd, maar merkt daarbij op dat neuropsychologisch onderzoek niet specifiek is voor het type klachten dat eiseres heeft. Volgens de neuroloog is de ernst van de klachten van eiseres na een doorgemaakte hersenvliesontsteking uitzonderlijk. Een causale relatie tussen de klachten en de hersenvliesontsteking is volgens de neuroloog aannemelijk, maar de ernst van de klachten wordt ook beïnvloed door andere factoren zoals stress. Uit de rapportages van de verzekeringsarts bezwaar en beroep leidt de rechtbank af dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep op dit punt nog behandelmogelijkheden ziet, namelijk een behandeling voor de PTSS, de angststoornis en voor de vermoeidheidsklachten. Dat zou dan tot een verbetering van de functionele mogelijkheden van eiseres kunnen leiden.
11 oktober 2021 er nog op gewezen dat geobjectiveerde hersenafwijkingen uit geen enkel medisch stuk (zoals een MRI) naar voren komt. De rechtbank vindt dit echter geen doorslaggevend argument. Niet in geschil is immers dat eiseres in 2013 een hersenvliesontsteking heeft doorgemaakt en dat zij nadien beperkingen ondervindt. De neuroloog die eerder in opdracht van de rechtbank een deskundigenrapport heeft uitgebracht vindt het bovendien aannemelijk dat er een causaal verband bestaat tussen de klachten van eiseres en de doorgemaakte hersenvliesontsteking.
8 november 2018 door het Uwv ontvangen. Het Uwv heeft het bestreden besluit genomen op 4 december 2020. De bezwaarfase heeft daarmee twee jaar en bijna één maand geduurd. De rechtbank doet op 6 januari2022 uitspraak in deze zaak. Dit betekent dat de bezwaar- en beroepsprocedure in totaal afgerond drie jaar en twee maanden heeft geduurd. De redelijke termijn is daarmee overschreden met een jaar en twee maanden.
Beslissing
- vernietigt het bestreden besluit;
- herroept het primaire besluit en bepaalt dat eiseres met ingang van 1 april 2018 in aanmerking komt voor een IVA-uitkering;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit;
- veroordeelt het Uwv tot het betalen van een schadevergoeding aan eiseres tot een bedrag van € 1.500,-;
- draagt het Uwv op het betaalde griffierecht van € 49,- aan eiseres te vergoeden;
- veroordeelt het Uwv in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.518,-.