ECLI:NL:RBAMS:2022:4300

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
15 juli 2022
Publicatiedatum
25 juli 2022
Zaaknummer
13/272360-19
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 SrArt. 22c SrArt. 22d SrArt. 33 SrArt. 33a Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor bezit harddrugs en witwassen van geld en auto’s

Op 14 november 2019 werd in de woning van verdachte in Amsterdam 1,82 gram MDMA, 88,01 gram cocaïne en 55,7 gram hennep aangetroffen. Verdachte woonde alleen in de woning en had de sleutel. Hij verklaarde dat de MDMA van hem was en dat hij wist van de hennep, maar ontkende kennis van de cocaïne. De rechtbank achtte dit niet aannemelijk en stelde vast dat verdachte wist van alle drugs in zijn woning.

Daarnaast werd vastgesteld dat verdachte tussen 8 februari 2019 en 14 november 2019 twee auto’s (een Mercedes en een Peugeot) en € 8.111,60 contant geld voorhanden had, waarvan de herkomst niet kon worden verklaard door legale inkomsten. Verdachte gaf een niet-verifieerbare en tegenstrijdige verklaring over de herkomst van het geld en de auto’s. De rechtbank concludeerde dat deze goederen van misdrijf afkomstig waren en dat verdachte dit wist, waarmee hij zich schuldig maakte aan witwassen.

De verdediging stelde dat de doorzoeking onrechtmatig was en dat verdachte vrijgesproken moest worden van het bezit van cocaïne en het witwassen. De rechtbank oordeelde echter dat de doorzoeking rechtmatig was, omdat de rechter-commissaris een geldige machtiging had afgegeven op basis van voldoende feiten en omstandigheden.

De rechtbank legde een taakstraf van 200 uur op, rekening houdend met de ernst van de feiten, de maatschappelijke impact van drugsbezit en witwassen, en een overschrijding van de redelijke termijn van acht maanden. Tevens werden de Peugeot en het contante geld verbeurd verklaard, en bepaalde in beslag genomen goederen onttrokken aan het verkeer. De telefoon van verdachte werd teruggegeven.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een taakstraf van 200 uur voor bezit van harddrugs en witwassen.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS
Parketnummer: 13/272360-19
Datum uitspraak: 15 juli 2022
Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1989,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres
[BRP-adres] .

1.Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 1 juli 2022. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. M. Lommers en van wat verdachte en zijn advocaat mr. M.P.M. Balemans naar voren hebben gebracht.

2.De beschuldiging

Verdachte wordt kort gezegd beschuldigd van
op 14 november 2019 in Amsterdam opzettelijk aanwezig hebben van 1,82 gram MDMA en/of 88,01 gram cocaïne;
op 14 november 2019 in Amsterdam opzettelijk aanwezig hebben van 55,7 gram hennep;
in de periode van 1 januari 2018 tot en met 14 november 2019 in Amsterdam witwassen van een Mercedes, een Peugeot en/of € 8.111,60.
De tenlastelegging staat in bijlage I.

3.De waardering van het bewijs

3.1.
Het standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie vindt dat alle feiten kunnen worden bewezen.
Het opzettelijk aanwezig hebben van de MDMA, cocaïne en hennep (feiten 1 en 2) kan worden bewezen, omdat verdachte alleen in de woning woont, als enige de sleutel van de woning heeft, de drugs op verschillende plekken in zijn woning zijn aangetroffen en er goederen zijn gevonden die gerelateerd zijn aan de handel in verdovende middelen. Bovendien heeft verdachte op de zitting verklaard dat de aangetroffen MDMA van hem is.
Ook het witwassen (feit 3) kan worden bewezen. Verdachte heeft de Mercedes, Peugeot en € 8.111,60 voorhanden gehad, terwijl uit het dossier volgt dat hij in 2018 en 2019 onvoldoende legaal inkomen had om dit te kunnen betalen. Er is geen aanwijsbare legale bron die het geld zou kunnen verklaren. Hierdoor is sprake van een witwasvermoeden. Verdachte heeft geen verifieerbare, concrete en niet hoogst onwaarschijnlijke verklaring gegeven. Het kan dan ook niet anders dan dat de Mercedes, de Peugeot, of het geld waarmee die auto’s zijn aangekocht, en het contante geldbedrag van misdrijf afkomstig zijn en dat verdachte dat ook wist.
3.2.
Het standpunt van de verdediging
De advocaat heeft bepleit dat de doorzoeking van de woning waarin verdachte verbleef onrechtmatig was. De onjuiste en niet geconcretiseerde meldingen via het Team Criminele Inlichtingen (TCI) zijn daarvoor onvoldoende. De onrechtmatige doorzoeking levert een vormverzuim op, waardoor de privacy van verdachte is geschonden. Dit vormverzuim moet leiden tot bewijsuitsluiting van de voorwerpen die in de woning zijn gevonden. Als de rechtbank niet zover wil gaan dan moet het vormverzuim leiden tot strafvermindering.
Als de rechtbank de doorzoeking rechtmatig vindt, moet verdachte worden vrijgesproken van het opzettelijk aanwezig hebben van cocaïne (feit 1), omdat hij niet wist dat dit in zijn woning lag. Een ander dan verdachte moet de cocaïne daar hebben neergelegd. Hier is verder geen onderzoek naar gedaan door de politie, terwijl dit wel had gekund en gemoeten. Ook van het witwassen (feit 3) moet verdachte worden vrijgesproken, omdat de verklaring die hij heeft gegeven niet ongeloofwaardig is.
3.3.
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank vindt op grond van de bewijsmiddelen in bijlage II bewezen dat verdachte opzettelijk MDMA, cocaïne en hennep aanwezig heeft gehad (feiten 1 en 2) en de Mercedes, de Peugeot en € 8.111,60 heeft witgewassen (feit 3).
3.3.1.
Geen vormverzuim
Het onderzoek is gestart naar aanleiding van een melding Meld Misdaad Anoniem (MMA) op 26 juni 2018 en verschillende TCI-meldingen dat er onder een wooncomplex aan het [adres 1] overdrachten van cocaïne plaatsvinden. De woning aan het [adres 1] zou als stashlocatie worden gebruikt. Uit nader onderzoek is gebleken dat het om de woning aan de [BRP-adres] te [plaats] zou gaan. Verdachte stond als bewoner van de woning ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie. Vervolgens heeft er cameraobservatie plaatsgevonden. Op 14 november 2019 is de woning aan de [BRP-adres] doorzocht met machtiging daartoe van de rechter-commissaris. De advocaat heeft zich op het standpunt gesteld dat de doorzoeking onrechtmatig was. De rechtbank begrijpt het standpunt van de advocaat zo dat hij heeft bedoeld dat de rechter-commissaris op grond van de gebrekkige startinformatie van de MMA-melding en de niet geconcretiseerde TCI-meldingen de machtiging voor het doorzoeken van de woning niet had mogen afgeven.
De rechtbank vindt de doorzoeking rechtmatig. Voor de doorzoeking is een machtiging van de rechter-commissaris aangevraagd. De feiten en omstandigheden die tot de verdenking hebben geleid zijn in die aanvraag goed weergegeven. Daarin staat namelijk dat uit nader onderzoek blijkt dat het gaat om de woning aan de [BRP-adres] en niet om de woning aan de [adres 1] in Amsterdam. Er is dan ook geen sprake van een vormverzuim.
3.3.2.
Het opzettelijk aanwezig hebben van MDMA, cocaïne en hennep (feiten 1 en 2)
De rechtbank stelt op grond van de bewijsmiddelen in bijlage II vast dat in de woning van verdachte
88,01 gram cocaïne, 1,82 gram MDMA en 55,7 gram hennep is aangetroffen. Op de zitting heeft verdachte verklaard dat de MDMA van hem is en dat hij wist dat er hennep in zijn woning lag. Van de cocaïne in zijn woning wist hij niets en dat moet iemand anders daar hebben neergelegd. De rechtbank vindt dit deel van verdachtes verklaring niet aannemelijk. De cocaïne is gevonden in de slaapkamerkast in een sokkenmandje en in de keuken in twee koffiefilters, verdachte woont alleen in de woning en niemand anders heeft de sleutel. De rechtbank stelt op basis hiervan vast dat verdachte wist van de MDMA, cocaïne en hennep in de woning en hij daar ook over kon beschikken.
3.3.3.
Het witwassen van twee auto’s en geld (feit 3)
Om in deze zaak tot een veroordeling voor witwassen te komen, moet bewezen worden dat verdachte de auto’s en het geld voorhanden heeft gehad, die van misdrijf afkomstig waren en dat verdachte dit wist of redelijkerwijs moest vermoeden.
De rechtbank stelt op basis van de bewijsmiddelen in bijlage II de volgende feiten en omstandigheden vast.
Voorwerpen voorhanden gehad
Op 14 november 2019 is in de woning aan de [BRP-adres] en bij verdachte in totaal € 8.111,60 aangetroffen. Daarnaast is onder verdachte een Peugeot inbeslaggenomen die sinds 30 september 2019 op zijn naam staat. Van 8 februari 2019 tot en met 16 oktober 2019 is verdachte de te naam gestelde geweest van een Mercedes. Verdachte heeft verklaard dat het contante geld en de Peugeot van hem zijn. Verder heeft hij verklaard dat hij de eigenaar van de Mercedes is geweest.
De rechtbank stelt op grond hiervan vast dat verdachte de auto’s en het geld voorhanden heeft gehad.
Van misdrijf afkomstig en wetenschap
De rechtbank kan op basis van het dossier geen specifiek misdrijf vaststellen waaruit de auto’s en het geld afkomstig zouden zijn. Ook als niet een concreet misdrijf aan te wijzen valt, kan onder omstandigheden worden bewezen dat in dit geval de auto’s en het geld van misdrijf afkomstig zijn. Er moet dan sprake zijn van een stevig witwasvermoeden op basis van de feiten en omstandigheden waaronder de auto’s en het geld zijn aangetroffen. Als dat vermoeden er is, is het aan verdachte om een verklaring te geven over de legale herkomst van de auto’s en het geld. Die verklaring moet concreet zijn, verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk. Als de verklaring van verdachte daaraan voldoet, is het Openbaar Ministerie aan zet om nader onderzoek naar de herkomst van de auto’s en het geld te doen.
De rechtbank stelt op basis van de bewijsmiddelen in bijlage II vast dat het verdachte ontbreekt aan legale inkomsten om het contante geldbedrag en de auto’s te verklaren. In de Peugeot is een verborgen ruimte aangetroffen. In de woning van verdachte zijn harddrugs, een geldtelmachine, een weegschaal en een sealapparaat aangetroffen.
De rechtbank stelt op basis van deze omstandigheden, de waarde van de auto’s en de hoogte van het contante geldbedrag vast dat er een ernstig vermoeden is dat de auto’s en het geld van misdrijf afkomstig zijn.
Verdachte heeft op de zitting verklaard dat hij de Mercedes voor € 10.500,- heeft verkocht. Hiervan is € 1.000,- op zijn bankrekening gestort, de rest heeft hij contant gekregen. Met dit geld heeft hij voor € 14.000,- de Peugeot gekocht en contant betaald. Het verschil tussen het verkoopbedrag van de Mercedes en het aankoopbedrag van de Peugeot heeft hij met zijn spaargeld en zijn inkomsten uit zijn handel betaald. Verdachte heeft voor het eerst op de zitting verklaard dat hij vanaf zijn vijftiende tot nu geld heeft verdiend met de handel in legale goederen. De betalingen daarvoor gebeurden contant. Hij heeft per jaar € 3.000,- tot € 5.000,- ontvangen. Verdachte heeft hiervan geld gespaard. Tussen zijn vijftiende en twintigste heeft verdachte in totaal circa € 100.000,- gepind en contant bewaard.
De rechtbank vindt dat de verklaring van verdachte niet voldoet aan de daaraan te stellen eisen. Verdachte heeft geen verklaring gegeven over de legale herkomst van het geld waarmee hij de Mercedes heeft aangeschaft. De verklaring dat hij jarenlang, kennelijk zwart, veel geld heeft verdiend met handelen is niet te verifiëren en pas heel laat gegeven, terwijl verdachte eerder voldoende gelegenheid is geboden om een verklaring over de herkomst van het geld en de auto’s te geven. Bovendien heeft verdachte wisselend en soms tegenstrijdig verklaard. Zo zou het contante geld eerder afkomstig zijn geweest van de verkoop van de Mercedes, terwijl verdachte in een latere verklaring zegt met dat geld de Peugeot te hebben aangekocht.
De rechtbank concludeert dat het niet anders kan zijn dan dat de auto’s en het geld afkomstig zijn uit misdrijf en dat verdachte dat ook wist. Verdachte heeft deze voorwerpen in de periode van 8 februari 2019 tot en met 14 november 2019 witgewassen.

4.De bewezenverklaring

De rechtbank vindt op grond van de bewijsmiddelen in bijlage II bewezen dat verdachte
1.op 14 november 2019 te Amsterdam opzettelijk aanwezig heeft gehad 1,82 gram MDMA en 88,01 gram cocaïne;
2.op 14 november 2019 te Amsterdam opzettelijk aanwezig heeft gehad 55,7 gram hennep;
3.in de periode van 8 februari 2019 tot en met 14 november 2019 te Amsterdam een personenauto merk Mercedes, een personenauto merk Peugeot en 8.111,60 euro voorhanden heeft gehad, terwijl hij wist dat die voorwerpen afkomstig waren uit enig misdrijf.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

5.De motivering van de straf

5.1.
De eis van de officier van justitie
De officier van justitie vindt dat verdachte moet worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf maanden. Daarbij is rekening gehouden met de overschrijding van de redelijke termijn.
5.2.
Het standpunt van de verdediging
De advocaat heeft verzocht om rekening te houden met de overschrijding van de redelijke termijn. Verder is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf niet passend, een taakstraf wel.
5.3.
Het oordeel van de rechtbank
De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezengeachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan op de zitting is gebleken.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het bezit van harddrugs en hennep. Drugs vormen in het algemeen een gevaar voor de volksgezondheid en het gebruik ervan is ook bezwarend voor de samenleving, onder andere vanwege de ermee gepaard gaande (ernstige) vormen van criminaliteit. Het bezit van drugs dient dan ook te worden bestreden.
Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan witwassen van twee auto’s en een geldbedrag. Witwassen draagt bij aan de instandhouding van criminaliteit. Het leidt er toe dat uit misdrijf verkregen geld een schijnbaar legale herkomst krijgt, waarna het geld vrijelijk in de legale economie kan worden uitgegeven. Zo kan er ook daadwerkelijk genoten worden van de uit misdrijf verkregen ‘buit’. Door witwassen wordt de integriteit van het financiële en economische verkeer aangetast en verdachte heeft daaraan een bijdrage geleverd.
De rechtbank heeft bij het bepalen van de straf gekeken naar de oriëntatiepunten voor straffen die de rechtbanken onderling hebben vastgesteld. Voor bezit van tussen de 50 en 100 gram harddrugs is het uitgangspunt een taakstraf van 150 uur. Voor bezit van tussen de 31 en 100 gram softdrugs is een geldboete van € 200,- het uitgangspunt. Voor het witwassen zoekt de rechtbank aansluiting bij de oriëntatiepunten voor fraude. De rechtbank gaat bij het bepalen van de hoogte van het fraudebedrag uit van het contante geld en de aankoopprijs van de Peugeot. De waarde van de Mercedes wordt in het voordeel van verdachte buiten beschouwing gelaten, omdat de rechtbank onvoldoende kan uitsluiten dat de opbrengst van de verkoop daarvan terugkomt in of het cash bedrag of de aankoop van de Peugeot, en er dan sprake zou zijn van een dubbeltelling. Het fraudebedrag is in totaal € 22.111,60. Bij een bedrag tussen de € 10.000,- en € 70.000,- geldt als uitgangspunt een gevangenisstraf tussen de twee en vijf maanden of een vergelijkbare taakstraf. De rechtbank zal de inbeslaggenomen Peugeot en het geld verbeurd verklaren, waardoor verdachte in zijn vermogen wordt getroffen. Bij elkaar vindt de rechtbank als uitgangspunt een taakstraf van 220 uur passend.
De rechtbank constateert dat sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn. Een verdachte heeft recht op berechting van zijn zaak binnen een redelijke termijn. Als uitgangspunt geldt dat binnen twee jaar na aanvang van die redelijke termijn door de rechtbank moet zijn beslist. De redelijke termijn is op 14 november 2019 begonnen, omdat verdachte toen in verzekering is gesteld. De zaak had dus uiterlijk in november 2021 afgerond moeten zijn met een eindvonnis. De rechtbank doet pas vandaag, op 15 juli 2022, uitspraak. De redelijke termijn is dus met acht maanden overschreden. Een gedeelte van die vertraging komt voor risico van verdachte, omdat de zaak in 2020 is aangehouden op verzoek van zijn (eerdere) advocaat. Een deel van de vertraging is niet aan verdachte, maar aan logistieke kwesties bij de rechtbank en het Openbaar Ministerie te wijten. Daarvoor krijgt verdachte strafvermindering.
De rechtbank legt verdachte een taakstraf van 200 uur op.

6.Het beslag

Onder verdachte zijn de diverse voorwerpen in beslag genomen.
Verbeurdverklaring
Het geldbedrag van € 8.111,60 en de Peugeot (nummers 3, 4, 5 en 6 op de beslaglijst) worden verbeurd verklaard omdat het witwassen van feit 3 daarmee is begaan.
Onttrekking aan het verkeer
De geldtelmachine, de weegschaal en het sealapparaat (nummers 1, 2 en 8 op de beslaglijst) worden onttrokken aan het verkeer, omdat ze gezamenlijk zijn aangetroffen in het onderzoek naar de door verdachte begane misdrijven, terwijl zij gebruikt kunnen worden bij soortgelijke misdrijven en van zodanige aard zijn, dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang.
Teruggave aan rechthebbende
De telefoon (nummer 7 op de beslaglijst) is van verdachte en moet aan hem worden teruggegeven, omdat er onvoldoende aanknopingspunten zijn dat de telefoon encrypted is.

7.De toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 9, 22c, 22d, 33, 33a, 36b, 36d, 57, 63 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht en 2, 3, 10 en 11 Opiumwet.

8.De beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.
Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.
Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.
Het bewezenverklaarde levert op:
feit 1:
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.
feit 2:
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod.
feit 3:
witwassen.
Verklaart het bewezene strafbaar.
Verklaart verdachte,
[verdachte], daarvoor strafbaar.
Veroordeelt verdachte tot
een taakstraf van 200 (tweehonderd) uur, met bevel voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis wordt toegepast van 100 (honderd) dagen.
Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden tegen een maatstaf van 2 uur per dag.
Verklaart
verbeurd:
3. 2.504,55 EUR (Omschrijving: 5837149)
4. 5.300 EUR (Omschrijving: 5837621)
5. 3.07,05 EUR (Omschrijving: 5837615)
6. 1 STK Personenauto [kenteken] (Omschrijving: 5837064, merk: Peugeot 308)
Verklaart
onttrokken aan het verkeer:
1. STK Geldtelmachine (Omschrijving: 583747, merk: safescan 2250)
2. 1 STK Weegschaal (Omschrijving: 5837490, merk: cas sdw)
8. 1 STK Sealapparaat (Omschrijving: PL1300-2019235814-G5838972, Henkelman)
Gelast de
teruggaveaan verdachte van:
7. 1 STK Telefoontoestel (Omschrijving: PL1300-2019235814-G5837508, Wit, merk: BQ Android)
Dit vonnis is gewezen door
mr. J. Huber, voorzitter,
mrs. G.H. Marcus en C.C.J. Maas - van Es, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. M.E. Niemeijer, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 15 juli 2022.
[---]