Op 14 november 2019 werd in de woning van verdachte in Amsterdam 1,82 gram MDMA, 88,01 gram cocaïne en 55,7 gram hennep aangetroffen. Verdachte woonde alleen in de woning en had de sleutel. Hij verklaarde dat de MDMA van hem was en dat hij wist van de hennep, maar ontkende kennis van de cocaïne. De rechtbank achtte dit niet aannemelijk en stelde vast dat verdachte wist van alle drugs in zijn woning.
Daarnaast werd vastgesteld dat verdachte tussen 8 februari 2019 en 14 november 2019 twee auto’s (een Mercedes en een Peugeot) en € 8.111,60 contant geld voorhanden had, waarvan de herkomst niet kon worden verklaard door legale inkomsten. Verdachte gaf een niet-verifieerbare en tegenstrijdige verklaring over de herkomst van het geld en de auto’s. De rechtbank concludeerde dat deze goederen van misdrijf afkomstig waren en dat verdachte dit wist, waarmee hij zich schuldig maakte aan witwassen.
De verdediging stelde dat de doorzoeking onrechtmatig was en dat verdachte vrijgesproken moest worden van het bezit van cocaïne en het witwassen. De rechtbank oordeelde echter dat de doorzoeking rechtmatig was, omdat de rechter-commissaris een geldige machtiging had afgegeven op basis van voldoende feiten en omstandigheden.
De rechtbank legde een taakstraf van 200 uur op, rekening houdend met de ernst van de feiten, de maatschappelijke impact van drugsbezit en witwassen, en een overschrijding van de redelijke termijn van acht maanden. Tevens werden de Peugeot en het contante geld verbeurd verklaard, en bepaalde in beslag genomen goederen onttrokken aan het verkeer. De telefoon van verdachte werd teruggegeven.