Stadgenoot vorderde ontruiming van de woning die door [gedaagde], een gedetineerde huurder, werd gehuurd vanwege hennepgerelateerde activiteiten in het gehuurde. De huurder verbleef sinds mei 2021 in detentie en had de woning niet als hoofdverblijf. Stadgenoot stelde dat de huurder tekort was geschoten in zijn verplichtingen uit de huurovereenkomst, onder meer door het toestaan van een hennepkwekerij.
Tijdens de procedure stelde de huurder dat hij niet betrokken was bij de hennepkwekerij en dat derden zonder zijn toestemming het gehuurde hadden betreden. Stadgenoot baseerde haar vordering mede op meldingen van overlast, inschrijvingen van derden op het adres en een politieproces-verbaal waarin een hennepkwekerij in aanbouw werd aangetroffen.
De kantonrechter oordeelde dat hoewel het gebruik van de woning voor hennepteelt een tekortkoming is, onvoldoende aannemelijk is dat de huurder zelf bij de hennepkwekerij betrokken was. Gezien zijn detentie en het belang van de huurder om na vrijlating over een woning te beschikken, woog dit zwaarder dan het belang van Stadgenoot bij ontruiming. De vordering tot ontruiming werd daarom afgewezen en Stadgenoot werd veroordeeld in de proceskosten.