Op 2 februari 2022 pleegde verdachte winkeldiefstal door pakjes batterijen en een blikje bier weg te nemen bij Albert Heijn in Amsterdam. Verdachte, geboren in 1981 en zonder vaste verblijfplaats in Nederland, bekende het feit tijdens de terechtzitting van 29 april 2022. De rechtbank achtte het bewezen dat verdachte wederrechtelijk goederen heeft weggenomen met het oogmerk zich deze toe te eigenen.
Verdachte heeft een uitgebreid strafblad met meerdere veroordelingen voor soortgelijke feiten en liep ten tijde van het delict in een proeftijd. De reclassering rapporteerde een hoog recidiverisico en meldde dat eerdere trajecten niet succesvol waren vanwege het niet naleven van afspraken door verdachte. Verdachte is tot ongewenst vreemdeling verklaard en heeft geen recht op sociale voorzieningen in Nederland.
De officier van justitie vorderde een ISD-maatregel van twee jaar gericht op terugkeer naar Polen, waarbij behandeling van verslavingsproblematiek mogelijk is. De verdediging voerde aan dat de zachte criteria voor de maatregel niet voldaan waren en verzocht om een gevangenisstraf van één maand of een voorwaardelijke ISD-maatregel. De rechtbank verwierp deze verweren en oordeelde dat de ISD-maatregel noodzakelijk is om recidive te voorkomen en de maatschappij te beschermen.
De rechtbank legde de ISD-maatregel van twee jaar op zonder tussentijdse toetsing en verklaarde de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerdere voorwaardelijke straf, omdat deze al was uitgezeten. De maatregel is gericht op resocialisatie en terugkeer met een zachte landing in Polen, ondanks de moeilijke situatie aldaar door de aanwezigheid van Oekraïense vluchtelingen.