De rechtbank Amsterdam heeft op 14 juli 2022 uitspraak gedaan over de vordering van het Openbaar Ministerie tot uitstel van de voorwaardelijke invrijheidstelling van een veroordeelde die een gevangenisstraf van 40 maanden uitzit. De veroordeelde zou oorspronkelijk op 17 juli 2022 voorwaardelijk in vrijheid worden gesteld, maar het OM verzocht om uitstel van 120 dagen om een plan van aanpak op te stellen en een geschikte verblijfplaats te vinden.
De rechtbank nam kennis van diverse stukken, waaronder reclasseringsadviezen en het v.i.-advies van de penitentiaire inrichting. Tijdens de zitting werd de veroordeelde gehoord via een telefonische verbinding. De reclasseringswerker kon wegens ziekte niet verschijnen. De vordering is gebaseerd op het feit dat de veroordeelde zich onvoldoende heeft gemotiveerd tot gedragsverandering, er zorgen zijn over wonen, dagbesteding, middelengebruik en psychosociaal functioneren, en dat er geen geschikte begeleide woonvorm beschikbaar is.
De veroordeelde verzette zich niet tegen het uitstel, maar verzocht de rechtbank om een advies aan de reclassering om hem in Amsterdam te plaatsen, waar hij een sociaal netwerk heeft. De rechtbank overwoog dat het recidiverisico onvoldoende met voorwaarden kan worden beperkt en dat er geen plan van aanpak en geschikte huisvesting is. Daarom werd de vordering toegewezen en een advies gegeven om nogmaals te onderzoeken of plaatsing in Amsterdam mogelijk is.
De voorwaardelijke invrijheidstelling wordt uitgesteld tot uiterlijk 13 november 2022, zodat de reclassering de benodigde voorbereidingen kan treffen. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.