Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2022:4505

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
21 juni 2022
Publicatiedatum
3 augustus 2022
Zaaknummer
C/13/711035
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:251a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek moeder tot eenhoofdig gezag over twee minderjarige kinderen

De moeder heeft bij de rechtbank Amsterdam verzocht om het eenhoofdig gezag over haar twee kinderen toe te wijzen, omdat de vader sinds de echtscheiding in 2018 geen contact meer onderhoudt en geen invulling geeft aan het gezamenlijk gezag. De moeder stelt dat de verstoorde relatie en het ontbreken van communicatie leiden tot stress en angst bij de kinderen en haarzelf, en dat het gezamenlijk gezag niet goed functioneert.

De rechtbank heeft het verzoek schriftelijk en mondeling behandeld, waarbij de vader niet is verschenen en geen verweer heeft gevoerd. De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 1:251a BW het gezag aan één ouder kan worden toegewezen indien er een onaanvaardbaar risico bestaat dat het kind klem of verloren raakt tussen de ouders en geen verbetering te verwachten is.

Gezien de feiten en het ontbreken van verweer concludeert de rechtbank dat het gezamenlijk gezag niet in het belang van de kinderen is en wijst het verzoek van de moeder toe. De moeder wordt belast met het eenhoofdig gezag over de twee kinderen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en de griffier wordt opgedragen dit in het gezagsregister te registreren.

Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek van de moeder toe en belast haar met het eenhoofdig gezag over de twee minderjarige kinderen.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht
zaaknummer / rekestnummer: C/13/711035/ FA RK 21/7833
Beschikking van 21 juni 2022 betreffende verzoek inzake het gezag
in de zaak van:
[de moeder],
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen de moeder,
advocaat mr. S. Toughza te Amsterdam
tegen
[de vader],
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen de vader,
voor wie zich geen advocaat heeft gesteld.

1.De procedure

1.1.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift van de moeder, ingekomen bij de griffie op 7 februari 2022;
  • de nagekomen stukken van de moeder, ingekomen bij de griffie op 20 juni 2022.
1.2.
De zaak is vervolgens mondeling behandeld ter zitting met gesloten deuren van 21 juni 2022.
Verschenen is de moeder, bijgestaan door haar advocaat en door een tolk Arabisch. Opgeroepen en niet verschenen is de vader.

2.De feiten

2.1.
Partijen zijn met elkaar getrouwd geweest. Bij beschikking van deze rechtbank van 28 februari 2018 is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken.
2.2.
Partijen zijn de ouders van:
[minderjarige 1],
geboren op [geboortedatum 1] 2013 te [geboorteplaats 1] (Marokko),
hierna te noemen [minderjarige 1] ;
[minderjarige 2],
geboren op [geboortedatum 2] 2015 te [geboorteplaats 1] (Marokko),
hierna te noemen [minderjarige 2]
en
[minderjarige 3],
geboren op [geboortedatum 3] 2020 te [geboorteplaats 2] ,
hierna te noemen [minderjarige 3] ,
hierna gezamenlijk te noemen de kinderen.
2.3.
De ouders zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . De moeder is van rechtswege belast met het eenhoofdig gezag over [minderjarige 3] .

3.Het verzoek van de moeder

3.1.
De moeder heeft, zo begrijpt de rechtbank haar verzoek, verzocht te worden belast met het eenhoofdig gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .
3.2.
Ter onderbouwing van haar verzoek heeft de moeder onder meer het volgende aangevoerd. Na de echtscheiding heeft de vader niet meer naar de kinderen omgekeken en er is ook al ruim twee jaar geen contact tussen de vader en de kinderen. Het is voor de kinderen onwenselijk dat zij bij belangrijke beslissingen altijd weer geconfronteerd worden met hun afwezige vader. Ook is het voor de moeder, gezien de situatie, niet wenselijk om toestemming te vragen aan de vader met betrekking tot beslissingen over de kinderen. Er is geen behoorlijke gezamenlijke gezagsuitoefening mogelijk. Er is geen communicatie tussen partijen, ook niet aangaande de kinderen. De verstoorde relatie tussen de ouders is door de jaren heen niet verbeterd. De moeder is, doordat de vader mede belast is met het gezag, niet altijd in staat om alle beslissingen te nemen die in het kader van de verzorging en opvoeding van de kinderen noodzakelijk zijn. De moeder moet zich tot de rechter wenden voor vervangende toestemming voor vakantie of paspoorten voor de kinderen. De moeder moet daar kosten voor maken. Dat zorgt niet alleen bij de moeder, maar ook bij de kinderen, voor angst en stress. Er bestaat een onaanvaardbaar risico dat de kinderen klem of verloren raken tussen de ouders. Dit is al het geval. In geval van spoedeisende medische beslissingen, is het voor de moeder niet te doen om telkens toestemming te vragen aan de vader, of vervangende toestemming te vragen aan de rechtbank. De vader is onbereikbaar. De vader vraagt nooit om informatie over de kinderen. De vader geeft feitelijk op geen enkele wijze invulling aan het ouderlijk gezag. Nu de moeder daar hinder van ondervindt, is zij van mening dat de feitelijke situatie en de juridische situatie met elkaar in overeenstemming moeten worden gebracht. Herstel van het contact tussen de vader en de kinderen is, net als herstel van het contact tussen partijen, uitgesloten. De vader weet van het verzoek van de moeder. Hij heeft daar niet mee willen instemmen en heeft tegen de moeder gezegd dat zij maar naar de rechtbank moest gaan. De moeder heeft ook een procedure voor vervangende toestemming voor vakantie moeten starten, waarvan de mondelinge behandeling gepland staat op 8 juli 2022.

4.De beoordeling

4.1.
De rechtbank overweegt het volgende. Op grond van artikel 1:251a Burgerlijk Wetboek, kan de rechter na ontbinding van het huwelijk op verzoek van een ouder bepalen dat het gezag over een kind aan één ouder toekomt, als
er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of
wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.
4.2.
De vader heeft tegen het verzoek van de moeder geen verweer gevoerd en daarom ligt het verzoek in beginsel voor toewijzing gereed. Naar het oordeel van de rechtbank is sprake van een onaanvaardbaar risico dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] klem en verloren raken tussen hun beide met het gezag belaste ouders. Gebleken is dat de moeder problemen ervaart bij het gezamenlijk met de vader uitoefenen van het ouderlijk gezag. De vader geeft geen toestemming voor het aanvragen van paspoorten en voor vakanties van de kinderen. De moeder heeft daar hinder en stress van en de kinderen merken dat. De moeder heeft recent weer een procedure voor vervangende toestemming moeten starten. Bij voortduring van het gezamenlijk ouderlijk gezag, zal dat in de toekomst naar verwachting niet anders zijn. De vader is niet verschenen om bij de mondelinge behandeling zijn standpunt naar voren te brengen.
4.3.
Daarom beslist de rechtbank het volgende.

5.De beslissing

De rechtbank:
- beëindigt het ouderlijk gezag van
[de vader], geboren te [geboorteplaats 3] (Marokko) op [geboortedatum 4] 1964, en belast
[de moeder], geboren te [geboorteplaats 4] (Marokko) op [geboortedatum 5] 1979 voortaan met de uitoefening van het gezag over:
[minderjarige 1] , geboren te [geboorteplaats 1] (Marokko) op [geboortedatum 1] 2013 en
[minderjarige 2] , geboren te [geboorteplaats 1] (Marokko) op [geboortedatum 2] 2015;
- draagt de griffier op aantekening van deze gezagsbeslissing te laten opnemen in het gezagsregister;
- verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
- wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door de rechter mr. E.M. Devis, tevens kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. G. Veldman, griffier, op 21 juni 2022. [1]

Voetnoten

1.Voor zover tegen de beschikking hoger beroep openstaat kan dit via een advocaat worden ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam (IJdok 20 / Postbus 1312, 1000 BH).