De moeder heeft bij de rechtbank Amsterdam verzocht om het eenhoofdig gezag over haar twee kinderen toe te wijzen, omdat de vader sinds de echtscheiding in 2018 geen contact meer onderhoudt en geen invulling geeft aan het gezamenlijk gezag. De moeder stelt dat de verstoorde relatie en het ontbreken van communicatie leiden tot stress en angst bij de kinderen en haarzelf, en dat het gezamenlijk gezag niet goed functioneert.
De rechtbank heeft het verzoek schriftelijk en mondeling behandeld, waarbij de vader niet is verschenen en geen verweer heeft gevoerd. De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 1:251a BW het gezag aan één ouder kan worden toegewezen indien er een onaanvaardbaar risico bestaat dat het kind klem of verloren raakt tussen de ouders en geen verbetering te verwachten is.
Gezien de feiten en het ontbreken van verweer concludeert de rechtbank dat het gezamenlijk gezag niet in het belang van de kinderen is en wijst het verzoek van de moeder toe. De moeder wordt belast met het eenhoofdig gezag over de twee kinderen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en de griffier wordt opgedragen dit in het gezagsregister te registreren.