ECLI:NL:RBAMS:2022:4557

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
27 juli 2022
Publicatiedatum
3 augustus 2022
Zaaknummer
AWB 22/3029
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 17 WroArt. 8:86 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing voorlopige voorziening tot schorsing last onder dwangsom verwijdering container

Verzoeker, eigenaar van een woonark in Amsterdam, kreeg een last onder dwangsom opgelegd om een container te verwijderen die sinds 1989 op zijn terrein staat. De container stond aanvankelijk met een tijdelijke vrijstelling, maar sinds 1994 zonder vergunning of vrijstelling. Verzoeker maakte bezwaar tegen de last, dat ongegrond werd verklaard, waarna hij beroep instelde en tevens een voorlopige voorziening vroeg om de last te schorsen.

De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 27 juli 2022 en besloot de voorlopige voorziening toe te wijzen. De belangenafweging wees uit dat het belang van verzoeker zwaarder woog dan dat van verweerder, mede vanwege het feit dat de container al meer dan 30 jaar aanwezig is en de gemeente sinds 1994 niet handhavend heeft opgetreden, waardoor sprake is van gedogen.

De voorzieningenrechter besloot daarom dat de last onder dwangsom geschorst wordt totdat op het beroep is beslist. Tevens werd verweerder verplicht het griffierecht aan verzoeker te vergoeden. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen en de last onder dwangsom wordt geschorst tot het beroep is beslist.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 22/3029
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 27 juli 2022 in de zaak tussen

[verzoeker] , te Amsterdam, verzoeker,

en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, verweerder,
(gemachtigde: mr. B.E. Zevenhuizen).

Procesverloop

In het besluit van 11 maart 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder verzoeker een last onder dwangsom opgelegd. Deze houdt in dat verzoeker binnen twaalf weken na verzenddatum van dit besluit een container [1] die is geplaatst bij verzoekers woonark aan de [adres] in Amsterdam, moet verwijderen en verwijderd dient te houden Als verzoeker niet aan de last voldoet, verbeurt hij (éénmalig) een dwangsom van € 5.000,-.
In het besluit van 25 mei 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder het door verzoeker daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld [2] . Verder heeft hij een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend die ertoe strekt dat de opgelegde last onder dwangsom wordt geschorst totdat uitspraak is gedaan op het beroep.
De voorzieningenrechter heeft de zaak behandeld op de zitting van 27 juli 2022. Verzoeker was aanwezig. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde en door [persoon] .
Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek toe in die zin dat het bestreden besluit wordt geschorst totdat op het beroep van verzoeker is beslist;
- bepaalt dat verweerder aan verzoeker het griffierecht van € 184,- moet vergoeden.

Overwegingen

1. De voorzieningenrechter geeft hiervoor de volgende motivering.
2. Verzoeker is eigenaar van de woonark aan de [adres] in Amsterdam. De container waar het nu om gaat, staat er sinds 1989. Aanvankelijk met een tijdelijke vrijstelling op grond van artikel 17 van Pro de Wet op de ruimtelijke ordening (Wro). Sinds mei 1994 staat de container er zonder vergunning of vrijstelling.
3. Omdat verzoeker procedeert zonder beroepsmatige rechtsbijstand en hij op de zitting heeft toegelicht dat hij zich niet heeft voorbereid op een mogelijke afdoening van het beroep met toepassing van artikel 8:86 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, doet de voorzieningenrechter alleen uitspraak op het verzoek. Verzoeker heeft zo nog de gelegenheid nader juridisch advies in te winnen voor de behandeling van het beroep in zijn zaak.
4. Bij de beoordeling in deze zaak heeft de voorzieningenrechter de belangen van verzoeker bij schorsing van het bestreden besluit, afgewogen tegen het belang van verweerder bij handhaving daarvan. Bij die afweging weegt het belang van verzoeker zwaarder dan het belang van verweerder. Doorslaggevend daarbij is dat de container er al meer dan 30 jaar staat en dat verweerder sinds mei 1994, het tijdstip waarop de vrijstelling op grond van de Wro verliep, niet handhavend heeft opgetreden en de container al die jaren heeft gedoogd. Verder zijn er geen belangen van derden in het geding, behalve de door verweerder gestelde belangen van wandelaars en passagiers op de pont. De voorzieningenrechter ziet dan ook niet in waarom verweerder de behandeling van het beroep van verzoeker niet kan afwachten.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.M. Langeveld, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. K.H.E. Swinkels, griffier, op 27 juli 2022.
griffier
voorzieningenrechter
Afschrift verzondn aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Nader aangeduid als de meest oostelijke van de twee containers op de foto in de bijlage behorend bij het besluit.
2.Zaaknummer [nummer]