ECLI:NL:RBAMS:2022:4578

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
31 mei 2022
Publicatiedatum
4 augustus 2022
Zaaknummer
C/13/717940 / HA RK 22-146
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:15 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing wrakingsverzoek tegen bestuursrechter wegens gebrek aan gegronde aanwijzingen van vooringenomenheid

Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen mr. F.P. Lauwaars, bestuursrechter te Amsterdam, in een bestuursrechtelijke zaak over een geschil met de heffingsambtenaar van de gemeente Diemen. Het verzoek richtte zich op vermeende vooringenomenheid van de rechter, mede naar aanleiding van een beslissing tot schorsing van het onderzoek ter zitting.

De wrakingskamer overwoog dat op grond van artikel 8:15 Awb Pro een rechter alleen kan worden gewraakt indien feiten of omstandigheden de rechterlijke onpartijdigheid aantasten of de schijn daarvan wekken. Het uitgangspunt is dat rechters onpartijdig worden vermoed, tenzij het tegendeel is bewezen. Tevens is het gesloten stelsel van rechtsmiddelen van toepassing, waardoor rechterlijke beslissingen zelf geen grond voor wraking kunnen vormen.

Verzoeker stelde dat de rechter de zaak ten onrechte had geschorst om de gemeente gelegenheid te geven het dossier aan te vullen, en dat de rechter niet objectief zou zijn. De wrakingskamer oordeelde dat deze argumenten geen gegronde aanwijzingen van vooringenomenheid bevatten en dat de motivering van de schorsingsbeslissing niet als vooringenomenheid kan worden uitgelegd.

Daarom werd het wrakingsverzoek deels kennelijk ongegrond en deels kennelijk niet-ontvankelijk verklaard en uiteindelijk afgewezen. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de bestuursrechter wordt afgewezen wegens gebrek aan gegronde aanwijzingen van vooringenomenheid.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Wrakingskamer
Beslissing op het op 24 mei 2022 ingekomen en onder rekestnummer C/13/717940 / HA RK 22/146 ingeschreven verzoek van:
[verzoeker],
wonende te [woonplaats] ,
verzoeker,
welk verzoek strekt tot wraking van mr. F.P. Lauwaars, bestuursrechter te Amsterdam, hierna: de rechter.

1.Verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de navolgende processtukken:
 het wrakingsverzoek van 24 mei 2022;
 het proces-verbaal mondelinge behandeling tot schorsing ter zitting van 13 april 2012;
 de e-mail van de griffier van 25 mei 2022 over de stand van de procedure.
1.2.
De rechter heeft niet in de wraking berust.

2.De feiten en het verzoek

2.1.
Bij de rechtbank is een (beroeps)zaak van verzoeker in behandeling (zaaknummer AMS 21/1517). Bij beslissing van 13 april 2022 heeft de rechter het onderzoek ter zitting geschorst. Het betreft een geschil met de heffingsambtenaar van de gemeente Diemen.

3.De beoordeling

3.1.
Op grond van artikel 8:15 van Pro de Algemene Wet Bestuursrecht (hierna: Awb) kan een rechter worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
3.2.
Als uitgangspunt voor de beoordeling geldt dat de rechter krachtens zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, behoudens bewijs van het tegendeel. Daarnaast geldt dat ook de objectief gerechtvaardigde schijn van vooringenomenheid grond kan zijn voor wraking.
3.3.
In zijn arrest van 25 september 2018 (HR 25 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1413) heeft de Hoge Raad overwogen dat
het gesloten stelsel van rechtsmiddelen meebrengt dat een rechterlijke (tussen)beslissing als zodanig nimmer grond kan vormen voor wraking; wraking is geen verkapt rechtsmiddel. Het gerecht dat over het wrakingsverzoek moet oordelen (de wrakingskamer) komt geen oordeel toe over de juistheid van de (tussen)beslissing noch over het verzuim te beslissen. Dat oordeel is voorbehouden aan de rechter die in geval van de aanwending van een rechtsmiddel belast is met de behandeling van de zaak.
Bij de beantwoording van de vraag of de motivering van een dergelijke (tussen)beslissing getuigt van vooringenomenheid, moet uitgangspunt zijn dat het gesloten stelsel van rechtsmiddelen zich evenzeer ertegen verzet dat die motivering grond kan vormen voor wraking, ook indien het gaat om een door de wrakingskamer onjuist, onbegrijpelijk, gebrekkig of te summier geachte motivering of om het ontbreken van een motivering. Dit is uitsluitend anders indien de motivering van de (tussen)beslissing in het licht van alle omstandigheden van het geval en naar objectieve maatstaven gemeten - bijvoorbeeld door de in de motivering gebezigde bewoordingen - niet anders kan worden verstaan dan als blijk van vooringenomenheid van de rechter die haar heeft gegeven.
3.4.
Verzoeker heeft onder meer aangevoerd:
“Mevrouw de rechter komt in mijn optiek niet over als iemand die objectieve maatstaven laat meewegen. De uitspraken zijn zeer discutabel.”Kennelijk is verzoeker van mening dat de rechter de zaak ten onrechte heeft geschorst, om de gemeente in de gelegenheid te stellen het dossier “rond te krijgen”.
3.5.
Voor zover de wrakingsgronden zien op een beslissing van de rechter geldt dat een rechterlijke beslissing geen grond voor wraking kan opleveren zoals is beslist in het hierboven genoemde arrest. In zoverre is het verzoek kennelijk ongegrond. Voor het overige is het verzoek kennelijk niet ontvankelijk omdat verzoeker geen gronden heeft aangevoerd waaruit zou kunnen worden afgeleid dat de rechter in de onderhavige zaak vooringenomen zou zijn, althans de objectief gerechtvaardigde schijn daarvan heeft gewekt. Een mondelinge behandeling kan achterwege blijven.
4. Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.
BESLISSING
De Wrakingskamer:
 wijst het verzoek tot wraking af.
Aldus gegeven door mrs. N.C.H. Blankevoort, voorzitter en A.W.J. Ros en K.A. Brunner, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 31 mei 2022 in tegenwoordigheid van de griffier.
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.