Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2022:4755

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
10 augustus 2022
Publicatiedatum
12 augustus 2022
Zaaknummer
13/016011-21
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens ontbreken bewijs dwang bij vermeende verkrachting in hoteltrappenhuis

Op 10 augustus 2022 heeft de rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van verkrachting of subsidiair seksueel binnendringen van het lichaam van het slachtoffer in een staat van bewusteloosheid of lichamelijke onmacht.

De feiten betreffen seksuele handelingen in het trappenhuis van een hotel in de nacht van 23 op 24 juni 2020. Het slachtoffer verklaarde dat verdachte haar dwong tot orale en vaginale seks, terwijl verdachte ontkende enige dwang te hebben toegepast en stelde dat de handelingen vrijwillig waren.

De rechtbank heeft een video bekeken die tijdens de seksuele handelingen was opgenomen, maar daarin werd geen aanwijzing voor dwang gehoord. Getuigen verklaarden dat het slachtoffer emotioneel was na de gebeurtenis, maar dit was onvoldoende om dwang te bewijzen.

Op grond van de verklaringen en het dossier concludeerde de rechtbank dat niet is komen vast te staan dat sprake was van dwang of dat het slachtoffer in een toestand verkeerde waarin zij haar wil niet kon bepalen. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van zowel de primair tenlastegelegde verkrachting als het subsidiaire seksueel binnendringen.

De voorlopige hechtenis van verdachte werd opgeheven en het ten laste gelegde werd niet bewezen verklaard.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van bewijs voor dwang of bewustzijnsverlies van het slachtoffer.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS
Parketnummer: 13/016011-21
Datum uitspraak: 10 augustus 2022
Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedag] 1997 te [geboorteplaats] ,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[adres] .

1.Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 27 juli 2022.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr R. Leuven, en van wat verdachte en zijn raadsvrouw, mr. M.M. Altena-Staalenhoef, naar voren hebben gebracht.

2.Tenlastelegging

Verdachte wordt, kort gezegd, verweten dat hij zich op of omstreeks 24 juni 2020 te Amsterdam ten aanzien van [persoon] schuldig heeft gemaakt aan (primair) verkrachting of (subsidiair) aan handelingen die bestonden uit het seksueel binnendringen van haar lichaam, terwijl hij wist dat zij in een staat van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde.
De volledige tekst van de tenlastelegging is opgenomen in een bijlage van dit vonnis. De inhoud daarvan geldt als hier ingevoegd.

3.Vrijspraak

Inleiding
De rechtbank stelt op basis van de verklaringen van verdachte en [persoon] vast dat tussen hen in de nacht van 23 op 24 juni 2020 in het trappenhuis van het [naam hotel] seksuele handelingen hebben plaatsgevonden. Uit de verklaringen van hen beiden volgt dat verdachte door [persoon] oraal is bevredigd en dat zij van achteren (op z’n hondjes) vaginale seks hebben gehad.
Op 24 juni 2020 heeft [persoon] tijdens een informatief gesprek tegenover de politie verklaard wat er volgens haar is voorgevallen. Zij heeft verklaard dat verdachte haar meenam naar het trappenhuis, haar op de trap duwde, zijn penis in haar mond duwde, haar hoofd vastpakte en haar hoofd heen en weer bewoog, haar broekrokje uittrok, haar omdraaide en haar vervolgens van achteren vaginaal penetreerde.
Verdachte ontkent dat sprake is geweest van enige vorm van dwang. Hij heeft verklaard dat [persoon] zelf de deur van het trappenhuis openmaakte, dat zij zelf haar broekje uittrok, dat de seksuele handelingen tussen hem en [persoon] geheel vrijwillig hebben plaatsgevonden en dat zij nadien telefoonnummers hebben uitgewisseld.
Op 5 februari 2021 heeft [persoon] haar verklaring op verschillende onderdelen genuanceerd en aangevuld. Zij heeft aangegeven dat zij zelf haar broekje uitdeed en dat zij heeft gefilmd tijdens de seks, maar daarna het filmpje heeft gewist. Ook [persoon] heeft verklaard dat zij en verdachte nog telefoonnummers hebben uitgewisseld na de seks. [persoon] heeft geen aangifte gedaan tegen verdachte.
Op de zitting van 27 juli 2022 heeft de rechtbank de korte video bekeken die door verdachte tijdens de seks is opgenomen met zijn telefoon. Volgens het proces-verbaal van bevindingen van 26 maart 2021 zou op deze video (aan het eind) te horen zijn dat [persoon] zegt dat ze weg wil. De rechtbank heeft dit tijdens het afspelen en beluisteren van de video op de zitting niet gehoord.
Standpunten
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van verkrachting. Hij heeft betoogd dat uit de verklaringen van [persoon] volgt dat sprake is geweest van dwang en dat haar verklaringen steun vinden in de verklaringen van getuigen, die kort na de gebeurtenis hebben waargenomen dat zij emotioneel was.
De raadsvrouw heeft bepleit dat verdachte integraal moet worden vrijgesproken.
Oordeel van de rechtbank
Op basis van de verklaringen van [persoon] , met name haar nadere verklaring van 5 februari 2021, kan de rechtbank niet vaststellen dat sprake is geweest van dwang of andere feitelijkheden, die tot de conclusie kunnen leiden dat sprake is geweest van verkrachting. Het feit dat [persoon] na de seks volgens getuigen emotioneel was, maakt dit niet anders.
Verdachte zal daarom van de primair tenlastegelegde verkrachting worden vrijgesproken.
Ook komt de rechtbank tot een vrijspraak van het subsidiair tenlastegelegde, omdat noch uit de verklaringen van [persoon] zelf, noch uit de overige stukken in het dossier blijkt dat [persoon] in een zodanige toestand van verminderd bewustzijn of in een staat van bewusteloosheid of lichamelijke onmacht verkeerde, dat zij haar wil niet heeft kunnen bepalen.

4.Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.
Verklaart het ten laste gelegde niet bewezen en
spreekt verdachtedaarvan
vrij.
Heft op het – geschorste – bevel tot voorlopige hechtenisvan verdachte.
Dit vonnis is gewezen door
mr. E.G.C. Groenendaal, voorzitter,
mrs. E. Akkermans en M.J.M. Marseille, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. K.P.M. Smeets en D.F. Aukes, griffiers,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 10 augustus 2022.
[...]