De Sociale verzekeringsbank legde op 11 januari 2021 een boete van €2.900,- op aan eiser vanwege een teveel ontvangen AOW-uitkering. Eiser diende zijn bezwaar pas op 9 augustus 2021 in, ruim na de wettelijke termijn van zes weken die op 22 februari 2021 was verstreken. Verweerder verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens te late indiening.
Eiser stelde dat hij door detentie en het niet ontvangen van post niet tijdig bezwaar kon maken. De rechtbank oordeelde echter dat verweerder het besluit naar het laatst bekende adres had gestuurd en dat eiser niet tijdig een ander adres had doorgegeven, ondanks dat hij sinds april 2017 gedetineerd was. De communicatieproblemen met zijn echtgenote waren voor zijn rekening en risico.
De rechtbank vond geen reden om het verzuim te verontschuldigen en verwierp het beroep. Ook het argument dat eiser zijn detentie niet bewust had verzwegen, was niet relevant voor de termijnoverschrijding. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.