Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de meervoudige kamer van 19 juli 2022 in de zaak tussen
[eiseres] , te Amsterdam, eiseres
de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder
[belanghebbende], te Dublin (Ierland).
Procesverloop
Overwegingen
High Courtvan Ierland) is geoordeeld dat de betreffende documenten als vertrouwelijk dienen te worden beschouwd vanwege de grote hoeveelheid commercieel gevoelige informatie die zij bevatten. Verweerder heeft de zienswijze van de Ierse beoordelingsautoriteit gevolgd en besloten openbaarmaking van een deel van de gevraagde documenten te weigeren.
restricted partgeheel geweigerd. Aan deze weigering heeft verweerder artikel 10, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wob (bedrijfs- en fabricagegegevens), artikel 10, tweede lid, aanhef en onder a, van de Wob (schade internationale betrekkingen) en artikel 10, tweede lid, aanhef en onder g, van de Wob (onevenredig bevoordeling of benadeling) ten grondslag gelegd.
High Courten door de Ierse beroepsautoriteit die oordeelt over informatieverzoeken. Verweerder heeft deze zienswijze overgenomen en op grond daarvan aan de weigering tot openbaarmaking zowel artikel 10, tweede lid, aanhef en onder a, van de Wob (schade internationale betrekkingen) als artikel 10, tweede lid, aanhef en onder g, van de Wob (onevenredig bevoordeling of benadeling) ten grondslag gelegd.
Freedom of information act), een oordeel hebben gegeven over een vergelijkbaar verzoek om openbaarmaking in Ierland verweerders besluitvorming niet dragen. Ook om die reden is het besluit onvoldoende gemotiveerd.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit voor zover dit betrekking heeft op de beoordeling van de geheel geweigerde documenten
- draagt verweerder op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;
- bepaalt dat verweerder aan eiseres een dwangsom van € 100,- verbeurt voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,‑;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 360,- aan eiseres te vergoeden.