ECLI:NL:RBAMS:2022:5398
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift parkeerbelasting niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding
Op 6 augustus 2021 constateerde een parkeercontroleur dat de auto van eiser zonder betaling van parkeergeld stond geparkeerd. De heffingsambtenaar legde daarop een naheffingsaanslag parkeerbelasting op. Eiser diende op 18 januari 2022 een bezwaarschrift in tegen deze aanslag. Verweerder verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaartermijn.
De rechtbank oordeelde dat de bezwaartermijn van zes weken op 11 augustus 2021 begon te lopen, toen de aanslag in de Berichtenbox van eiser werd geplaatst. De termijn eindigde op 22 september 2021, terwijl het bezwaarschrift pas op 18 januari 2022 werd ontvangen. Eiser voerde persoonlijke omstandigheden aan, zoals mantelzorg en verhuizing, ter rechtvaardiging van de late indiening, maar de rechtbank achtte deze niet voldoende om de termijnoverschrijding te verontschuldigen.
De rechtbank stelde vast dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat hij gedurende de bezwaartermijn geheel verhinderd was om bezwaar te maken en dat hij geen gemachtigde had ingeschakeld. Gezien deze omstandigheden werd het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard en werd het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat het bezwaarschrift te laat is ingediend en de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is.