Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2022:5567

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
23 september 2022
Publicatiedatum
26 september 2022
Zaaknummer
13/156190-22
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 23 Kaderbesluit 2002/584/JBZArt. 34 OLWArt. 35 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verlenging gevangenhouding wegens onvoldoende humanitaire gronden bij overlevering

De rechtbank Amsterdam behandelde op 23 september 2022 een vordering tot verlenging van de gevangenhouding van een opgeëiste persoon uit Polen, die gedetineerd is in een Nederlandse penitentiaire inrichting. De overlevering was reeds toegestaan, maar de feitelijke overlevering kon niet plaatsvinden omdat de opgeëiste persoon op Schiphol aangaf last te hebben van vliegangst.

De officier van justitie stelde dat deze vliegangst een grond was om de gevangenhouding met tien dagen te verlengen op basis van artikel 35, derde lid, Overleveringswet (OLW), dat tijdelijke opschorting van overlevering om ernstige humanitaire redenen toestaat. De raadsman van de opgeëiste persoon betwistte dit en vroeg afwijzing van de vordering.

De rechtbank oordeelde dat hoewel de verklaring van vliegangst door het Openbaar Ministerie werd geaccepteerd, er geen gegevens of stukken waren die aantoonden dat deze vliegangst het leven of de gezondheid van de opgeëiste persoon ernstig in gevaar zou brengen. Er was geen bewijs van zodanige ernstige humanitaire gronden die een opschorting rechtvaardigen.

Daarom concludeerde de rechtbank dat niet voldaan was aan de uitzonderingsgrond voor opschorting van de overlevering en wees de vordering tot verlenging van de gevangenhouding af.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot verlenging van de gevangenhouding af wegens ontbreken van ernstige humanitaire gronden.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM,

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

BEVEL VERLENGING GEVANGENHOUDING

Parketnummer: 13.156190-22
Op 23 september 2022 heeft de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam de verlenging van de gevangenhouding gevorderd van de opgeëiste persoon:

[opgeëiste persoon]

geboren op [geboortedag] te [geboorteplaats] (Polen),
zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,
thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting (P.I.) [detentieadres] .
De justitiële autoriteiten van Polen hebben een EAB met betrekking tot bovengenoemde persoon toegezonden.
Bij uitspraak van 14 september 2022 heeft de rechtbank de overlevering toegestaan.
De rechtbank heeft acht geslagen op het dossier, waaronder de stukken die op de overleveringsdetentie van de opgeëiste persoon betrekking hebben.
In raadkamer van deze rechtbank van 23 september 2022 zijn gehoord:
de officier van justitie, de opgeëiste persoon en diens raadsman
De rechtbank stelt vast dat de feitelijke overlevering wel is toegestaan, maar nog niet heeft kunnen plaatsvinden.
De officier van justitie heeft hierover in raadkamer naar voren gebracht dat de opgeëiste persoon op de dag van de feitelijke overlevering, 21 september 2022, op Schiphol aangaf last te hebben van vliegangst waardoor hij weer is teruggebracht naar de P.I. Hiermee is sprake van een situatie als bedoeld in artikel 35, derde lid, Overleveringswet (OLW) zodat daarmee de grondslag voor een verlenging van de gevangenhouding voor de duur van tien dagen is gegeven, aldus de officier van justitie.
De raadsman stelt zich op het standpunt dat niet gebleken is van dusdanige humanitaire redenen om de vlucht af te blazen. Verzocht is om de vordering af te wijzen.
Oordeel van de rechtbank
Ingevolge artikel 34, tweede lid, aanhef en onder b, OLW kan de vrijheidsbeneming telkens met ten hoogste dertig dagen worden verlengd, wanneer de overlevering wel is toegestaan, maar de feitelijke overlevering niet binnen de gestelde termijn heeft kunnen plaatshebben. Deze bepaling ziet (mede) op gevallen waarin artikel 35, derde lid, OLW van toepassing is.
Ingevolge artikel 35, derde lid, OLW (eerste volzin) kan de feitelijke overlevering bij wijze van uitzondering tijdelijk worden opgeschort zolang er ernstige humanitaire redenen bestaan die aan de feitelijke overlevering in de weg staan, in het bijzonder zolang het gelet op de gezondheidstoestand van de opgeëiste persoon niet verantwoord is om te reizen. Voormelde bepaling geeft uitvoering aan artikel 23, vierde lid, Kaderbesluit 2002/584/JBZ (Kaderbesluit) en dient kaderbesluitconform uitgelegd te worden.
In artikel 23, vierde lid, Kaderbesluit is onder meer bepaald dat de overlevering bij wijze van uitzondering tijdelijk kan worden opgeschort om ernstige humanitaire redenen, bijvoorbeeld indien er gegronde redenen bestaan om aan te nemen dat die overlevering het leven of de gezondheid van de gezochte persoon ernstig in gevaar zou brengen.
Vast staat dat de feitelijke overlevering van de opgeëiste persoon op 21 september 2022 achterwege is gebleven nadat de opgeëiste persoon - die blijkens zijn verklaring pas op Schiphol hoorde dat hij met het vliegtuig zou gaan reizen – op dat moment verklaarde dat hij last heeft van vliegangst. De rechtbank begrijpt dat het Openbaar Ministerie deze verklaring van de opgeëiste persoon zonder meer heeft geaccepteerd, wat ertoe heeft geleid dat op 21 september 2022 is afgezien van feitelijke overlevering via het vliegtuig. De rechtbank is echter niet gebleken of is onderzocht dat de - gestelde - vliegangst van de opgeëiste persoon dusdanig is dat er gegronde redenen bestaan om aan te nemen dat een feitelijke overlevering met behulp van een vliegtuig het leven of de gezondheid van de opgeëiste persoon
ernstigin gevaar zou brengen. Gegevens of stukken waaruit hiervan blijkt ontbreken.
Op grond van het vorenstaande concludeert de rechtbank dat niet gebleken is van een uitzondering als bedoeld in artikel 35, derde lid, OLW om de overlevering tijdelijk op te schorten. De vordering zal dan ook worden afgewezen.

BESLISSING:

Wijst de vordering tot verlenging van de gevangenhouding af.

Aldus gedaan op 23 september 2022 door:
mr. M.C.M. Hamer, rechter,
in tegenwoordigheid van M.S. Schenker, griffier.