Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM,
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
BEVEL VERLENGING GEVANGENHOUDING
[opgeëiste persoon]
ernstigin gevaar zou brengen. Gegevens of stukken waaruit hiervan blijkt ontbreken.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam behandelde op 23 september 2022 een vordering tot verlenging van de gevangenhouding van een opgeëiste persoon uit Polen, die gedetineerd is in een Nederlandse penitentiaire inrichting. De overlevering was reeds toegestaan, maar de feitelijke overlevering kon niet plaatsvinden omdat de opgeëiste persoon op Schiphol aangaf last te hebben van vliegangst.
De officier van justitie stelde dat deze vliegangst een grond was om de gevangenhouding met tien dagen te verlengen op basis van artikel 35, derde lid, Overleveringswet (OLW), dat tijdelijke opschorting van overlevering om ernstige humanitaire redenen toestaat. De raadsman van de opgeëiste persoon betwistte dit en vroeg afwijzing van de vordering.
De rechtbank oordeelde dat hoewel de verklaring van vliegangst door het Openbaar Ministerie werd geaccepteerd, er geen gegevens of stukken waren die aantoonden dat deze vliegangst het leven of de gezondheid van de opgeëiste persoon ernstig in gevaar zou brengen. Er was geen bewijs van zodanige ernstige humanitaire gronden die een opschorting rechtvaardigen.
Daarom concludeerde de rechtbank dat niet voldaan was aan de uitzonderingsgrond voor opschorting van de overlevering en wees de vordering tot verlenging van de gevangenhouding af.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot verlenging van de gevangenhouding af wegens ontbreken van ernstige humanitaire gronden.