Op 8 maart 2022 drong verdachte een hotelkamer binnen waar twee schoonmaaksters aan het werk waren. Hij pakte een van hen vast, duwde haar op het bed, probeerde op haar te gaan zitten, greep haar bij de keel en trok haar blouse open, waardoor deze beschadigde. De andere schoonmaakster probeerde hem met een stofzuigerbuis te weren, maar verdachte sloeg haar op haar hand met die buis.
De officier van justitie vorderde vrijspraak voor poging verkrachting en bewezenverklaring van aanranding, vernieling en mishandeling. De verdediging betoogde dat er geen sprake was van ontuchtige handelingen en dat verdachte volledig ontoerekeningsvatbaar was.
De rechtbank oordeelde dat de poging verkrachting niet bewezen was omdat de handelingen niet duidelijk gericht waren op seksueel binnendringen, maar dat de aanranding, vernieling en mishandeling wel bewezen zijn. Gezien het psychiatrisch rapport en het gedrag van verdachte tijdens het incident, stelde de rechtbank vast dat verdachte volledig ontoerekeningsvatbaar was en sprak hem vrij van alle rechtsvervolging.
De rechtbank legde geen strafrechtelijke maatregel op, omdat de kans op herhaling laag tot matig is en verdachte onder toezicht van familie en een psychiater in zijn geboorteland behandeld zal worden. De vorderingen tot schadevergoeding van de benadeelden werden afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid.