De rechtbank Amsterdam behandelde op 9 maart 2022 het verzoek van een persoon om zijn voornamen te wijzigen. Verzoeker ondervindt ernstige hinder van zijn huidige voornaam, die sterk verbonden is met een in het verleden gepleegd misdrijf en de daaruit voortvloeiende media-aandacht. Dit veroorzaakt bij hem stress- en depressieve klachten.
Het openbaar ministerie bracht naar voren dat verzoeker meerdere strafzaken heeft en dat het algemeen belang bij het behoud van namen in de burgerlijke stand zwaarder zou moeten wegen. Tevens stelde het OM dat de wijziging geen effect heeft op het feit dat verzoeker bekend blijft bij oude kennissen en buurtgenoten.
De rechtbank oordeelde dat verzoeker een zwaarwichtig belang heeft, mede gelet op zijn inzet in het reclasseringstraject en het feit dat zijn naam direct leidt tot confrontatie met zijn verleden. Het belang van verzoeker om een nieuw leven op te bouwen weegt zwaarder dan het belang van het ongewijzigd blijven van de registers. De rechtbank gelastte daarom de wijziging van de voornamen en wees het overige verzoek af.