Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
,13 mei, 5 augustus 2022 en eventuele toekomstige aanzeggingen vervallen te verklaren;
Rechtbank Amsterdam
De voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam behandelde een kort geding over de executie van dwangsommen die waren opgelegd aan een vrouw wegens het niet naleven van een bel- en informatieregeling met betrekking tot contact met haar kinderen. Het vonnis van 20 januari 2022 legde haar onder meer op om elke veertien dagen een e-mail te sturen met belangrijke informatie over de kinderen en om medewerking te verlenen aan belcontacten.
De man had meerdere dwangsommen aangezegd en geïncasseerd wegens vermeende overtredingen van deze veroordelingen. De vrouw erkende dat zij soms te laat was met het versturen van de verslagen, maar ontkende dat dit met opzet gebeurde. De Raad voor de Kinderbescherming en andere betrokken instanties stelden dat het incasseren van dwangsommen in deze context niet in het belang van de kinderen was.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de vrouw in essentie aan haar verplichtingen voldeed en dat de kleine termijnoverschrijdingen disproportioneel waren om te bestraffen met dwangsommen. De man maakte misbruik van zijn bevoegdheid door de dwangsommen te incasseren. Daarom werd de executie van de dwangsommen geschorst en werd de man veroordeeld tot terugbetaling van het geïncasseerde bedrag. De dwangsom verbonden aan de omgangsregeling bleef van kracht.
De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis werd openbaar uitgesproken op 28 september 2022.
Uitkomst: De rechtbank schorst de executie van dwangsommen voor bel- en informatieregeling wegens misbruik en veroordeelt tot terugbetaling van geïncasseerde dwangsommen.