De rechtbank Amsterdam behandelde op 20 juli 2022 de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de PIJ-maatregel van een jeugdige die in 2017 tot deze maatregel werd veroordeeld. De maatregel was recentelijk met drie maanden verlengd, maar de jeugdige en betrokken deskundigen adviseerden een voorwaardelijke beëindiging.
Tijdens de zitting verklaarde de jeugdige klaar te zijn voor de voorwaardelijke beëindiging, met goede contacten met reclassering en behandelcoördinator. De reclassering en behandelcoördinator gaven positief advies, waarbij werd gesteld dat de jeugdige verantwoordelijkheden oppakt en de maatregel niet langer in zijn belang is.
De rechtbank oordeelde dat verlenging niet noodzakelijk is en dat de veiligheid van anderen en de ontwikkeling van de jeugdige voldoende gewaarborgd kunnen worden binnen de voorwaarden van een voorwaardelijke beëindiging. De rechtbank stelde algemene en bijzondere voorwaarden vast en droeg de reclassering op de jeugdige te begeleiden bij naleving.
De PIJ-maatregel eindigt daarmee voorwaardelijk voor de duur van een jaar, met strikte voorwaarden waaronder onder meer het melden bij de reclassering, medewerking aan huisbezoeken, behandeling en controle op middelengebruik. De rechtbank benadrukte dat overtreding van voorwaarden direct consequenties kan hebben.