ECLI:NL:RBAMS:2022:5769
Rechtbank Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring hoger beroep tegen onbevoegd gegeven observatiebevel rechter-commissaris
In deze strafzaak heeft de rechtbank Amsterdam op 27 september 2022 uitspraak gedaan over het hoger beroep tegen een beschikking van de rechter-commissaris (RC) die een bevel tot observatie van verdachte in het Pieter Baan Centrum (PBC) had gegeven. De zaak was op 30 juni 2022 pro forma behandeld door de zittingsrechter en vervolgens half-open verwezen naar de RC voor onderzoekshandelingen.
De verdachte stelde dat de RC niet bevoegd was om te beslissen over de vordering tot observatie, omdat het onderzoek ter terechtzitting al was aangevangen en de RC zich niet mocht uitlaten over het geestesvermogen. De officier van justitie betoogde dat de RC wel bevoegd was en dat observatie noodzakelijk was vanwege beperkte medewerking van verdachte.
De rechtbank oordeelde dat de half-open verwijzing niet omvatte dat de RC bevoegd was tot het bevel tot klinische observatie ex artikel 196 Sv Pro, en dat volgens de wetsgeschiedenis en jurisprudentie van de Hoge Raad de zittingsrechter na aanvang van het onderzoek ter terechtzitting de regie heeft. Daarom had de officier van justitie de vordering aan de zittingsrechter moeten voorleggen.
De rechtbank vernietigde de beschikking van de RC wegens onbevoegdheid en kwam niet toe aan inhoudelijke beoordeling van de vordering. Het hoger beroep werd gegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de beschikking van de rechter-commissaris tot observatie in het Pieter Baan Centrum wordt vernietigd wegens onbevoegdheid.