Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.1. De procedure
2.De feiten
3.Het verzoek en de gronden daarvan
5.5. De gronden van de beslissing
K.A. Brunner, leden, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 juni 2022 in tegenwoordigheid van de griffier.
Rechtbank Amsterdam
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen mr. R. Kruisdijk, kantonrechter te Amsterdam, naar aanleiding van opmerkingen tijdens de mondelinge behandeling in een civiele procedure. De mondelinge behandeling vond plaats op 7 februari 2022 en het vonnis werd op 19 april 2022 gewezen. Na het vonnis klaagde verzoeker over de bejegening door de rechter en diende vervolgens op 8 juni 2022 het wrakingsverzoek in.
De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld en vastgesteld dat de rechter de zaak reeds heeft afgerond met het vonnis van 19 april 2022. Volgens artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan een rechter die een zaak behandelt worden gewraakt, maar omdat de zaak niet meer in behandeling is, is wraking niet mogelijk.
Daarom is het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing is genomen door de wrakingskamer bestaande uit P.B. Martens (voorzitter), N.C.H. Blankevoort en K.A. Brunner (leden) en uitgesproken op 27 juni 2022. Tegen deze beslissing is geen voorziening mogelijk op grond van artikel 39 lid 5 Rv Pro.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard omdat de rechter de zaak reeds heeft afgerond met een vonnis.