ECLI:NL:RBAMS:2022:5833
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Naheffingsaanslag parkeerbelasting terecht opgelegd wegens overschrijding redelijke termijn voor betaling
Eiseres parkeerde haar auto zonder direct parkeerbelasting te betalen en kocht pas 19 minuten later een dagkaart, nadat zij diverse handelingen had verricht die niet direct gericht waren op betaling. De heffingsambtenaar legde daarom een naheffingsaanslag op die door de rechtbank werd bevestigd.
De rechtbank overwoog dat een parkeerder een redelijke termijn moet krijgen om het parkeerrecht te verwerven, maar dat deze termijn alleen geldt zolang de parkeerder uitvoeringshandelingen verricht die gericht zijn op het betalen van parkeergeld. Eiseres had na het parkeren eerst naar haar werk gelopen, haar jas uitgedaan, koffie ingeschonken en haar computer opgestart, waardoor zij niet continu met betaling bezig was.
Hoewel geen sprake was van onwil, was de termijn van 19 minuten na constatering van het parkeren te lang en viel de aanschaf van de dagkaart niet meer onder uitvoeringshandelingen. De rechtbank wees het beroep af en oordeelde dat de naheffingsaanslag terecht was opgelegd. Tevens werd het verzoek tot hoorzitting afgewezen omdat eiseres dit niet had aangevraagd tijdens bezwaar.
Uitkomst: De naheffingsaanslag parkeerbelasting is terecht opgelegd omdat de dagkaart niet binnen een redelijke termijn na parkeren werd aangeschaft.