ECLI:NL:RBAMS:2022:5903

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
23 september 2022
Publicatiedatum
14 oktober 2022
Zaaknummer
13/165426-20
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Tussenbeschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 38m SrArt. 6:6:14 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging ISD-maatregel wegens openstaande gevangenisstraf en overlevering aan Roemenië

De rechtbank Amsterdam heeft op 23 september 2022 een tussentijdse toetsing uitgevoerd van de ISD-maatregel die op 9 oktober 2020 aan de veroordeelde is opgelegd. De maatregel was gericht op het aanpakken van verslavingsproblematiek en het bevorderen van terugkeer naar het geboorteland van de veroordeelde, Roemenië.

Tijdens de ISD-maatregel heeft de veroordeelde deelgenomen aan interventies gericht op verslavingszorg en scoort hij negatief op urinecontroles, wat duidt op vermindering van zijn middelenmisbruik. Echter, het terugkeertraject naar Roemenië is onvoldoende voortgezet; er is geen vertrekplan en informatie over zorg in Roemenië ontbreekt. Bovendien staat een openstaande gevangenisstraf van 18 dagen in Nederland de feitelijke overlevering aan Roemenië in de weg.

De verdediging heeft gepleit voor beëindiging van de ISD-maatregel, stellende dat de noodzaak tot voortzetting ontbreekt en dat overlevering binnen tien dagen kan plaatsvinden. De officier van justitie stelde voor de ISD-maatregel op te schorten om eerst de openstaande straf te kunnen uitvoeren.

De rechtbank oordeelt dat voortzetting van de ISD-maatregel niet langer noodzakelijk is, mede omdat de doelen van de maatregel deels zijn bereikt en de openstaande straf de overlevering belemmert. De maatregel wordt beëindigd zodat de openstaande straf kan worden uitgezeten en de overlevering aan Roemenië kan plaatsvinden. Dit voorkomt dat de veroordeelde onnodig de volledige ISD-maatregel moet uitzitten zonder dat het beoogde terugkeerdoel wordt gerealiseerd.

Uitkomst: De ISD-maatregel wordt beëindigd zodat de openstaande gevangenisstraf kan worden uitgezeten en de overlevering aan Roemenië kan plaatsvinden.

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling Publiekrecht
Teams Strafrecht
Parketnummer: 13/165426-20 (tussentijdse toetsing ISD-maatregel)
Datum uitspraak: 23 september 2022
Deze rechtbank heeft op 9 oktober 2020 de maatregel tot plaatsing in een instelling voor stelselmatige daders (hierna: ISD-maatregel) voor de duur van twee jaren opgelegd aan:

[veroordeelde],

geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedag] 1979,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
nu gedetineerd te: [detentieadres].

Procesgang

De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken in de zaak met bovenvermeld parketnummer, waaronder:
  • het vonnis van deze rechtbank van 9 oktober 2020
  • de beslissing van de rechtbank Amsterdam van 9 december 2021, waarbij na een tussentijdse toetsing is beslist dat de ISD-maatregel dient te worden voorgezet;
  • het verzoek ex artikel 6:6:14 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafvordering van de veroordeelde en zijn raadsman mr. S. Guman van 20 juli 2022 om een tussentijdse toetsing van de ISD-maatregel;
  • een uittreksel Justitiële Documentatie betreffende veroordeelde van 10 november 2021;
  • de stand van uitvoering van het verblijfsplan van 29 augustus 2022, opgemaakt door [naam casemanager], Casemanager ISD penitentiaire inrichting [detentieadres];
  • het Besluit beëindiging ISD-maatregel van de Minister voor Rechtsbescherming van 26 augustus 2022;
  • een beslissing op het gratieverzoek van 15 september 2022.
De rechtbank heeft op 23 september 2022 de officier van justitie mr. D. Jironet-Loewe, veroordeelde en zijn de raadsman mr. S. Guman, advocaat te Amsterdam, op de openbare zitting gehoord.

Beoordeling

Verloop van het ISD-traject
Uit voornoemde stand van uitvoering van het verblijfsplan, het Besluit tot beëindiging van de ISD-maatregel en de beslissing op het gratieverzoek blijkt onder meer het volgende.
Veroordeelde is verslaafd aan heroïne. Hij pleegt strafbare feiten om zichzelf financieel te onderhouden en verdovende middelen te kunnen kopen. Tijdens het verblijf in de ISD-inrichting in Veenhuizen heeft veroordeelde deelgenomen aan interventies gericht op verslavingszorg van Stichting Terwille. Na overplaatsing naar [detentieadres] is het traject voortgezet en op 19 mei 2022 afgesloten. Gedurende de huidige detentie scoort hij niet op urinecontroles. Het recidiverisico is echter onverminderd aanwezig. Veroordeelde werkt wisselend mee aan zijn terugkeer naar [geboorteland]. Hij verblijft onrechtmatig in Nederland, waardoor hij geen aanspraak maakt op sociale voorzieningen en de nodige behandeling. Na beëindiging van de ISD-maatregel wordt veroordeelde overgedragen aan de Roemeense autoriteiten vanwege een openstaande gevangenisstraf van twee jaar. Veroordeelde geeft aan daarna direct terug te willen keren naar Nederland. Bij beschikking van 26 augustus 2022 is besloten dat de ISD-maatregel kan worden beëindigd op het moment dat betrokkene Nederland daadwerkelijk verlaat ten behoeve van de overlevering aan [geboorteland].
Derhalve wordt door de [detentieadres] geadviseerd de ISD-maatregel voort te zetten tot het moment dat veroordeelde wordt overgeleverd.
Veroordeelde heeft in Nederland nog een gevangenisstraf van 18 dagen openstaan, waarvoor gratie is aangevraagd. Dit verzoek is echter op 15 september 2022 afgewezen. Veroordeelde zal deze straf dus nog in Nederland moeten uitzitten.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat de ISD-maatregel moet worden beëindigd, nu de noodzaak tot voortzetting daarvan ontbreekt. Veroordeelde heeft tijdens het ISD-traject certificaten gehaald om te kunnen werken. Ook heeft hij gewerkt aan zijn middelenmisbruik en zijn er geen aanwijzingen dat veroordeelde nog steeds verslaafd is. Als de ISD-maatregel wordt beëindigd, zal binnen tien dagen de feitelijke overlevering van veroordeelde naar [geboorteland] plaatsvinden.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft ter zitting medegedeeld dat veroordeelde niet kan worden overgeleverd naar [geboorteland] omdat hij een nog openstaande gevangenisstraf van 18 dagen moet uitzitten. Zij heeft zich op het standpunt gesteld dat ISD-maatregel moet worden opgeschort, zodat de openstaande gevangenisstraf van 18 dagen ten uitvoer kan worden gelegd en deze niet meer in de weg staat aan overlevering naar [geboorteland]. Daarna kan de ISD-maatregel worden hervat en kan de Dienst Terugkeer en Vertrek de overlevering van veroordeelde voorbereiden teneinde hem vanuit detentie naar [geboorteland] te begeleiden.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank dient in het kader van de onderhavige procedure te beoordelen of voortzetting van de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel noodzakelijk is. In artikel 38m lid 2 Sr is bepaald dat de ISD-maatregel strekt tot beveiliging van de maatschappij en de beëindiging van de recidive van verdachte.
Op grond van de hierboven genoemde stukken en het verhandelde op de openbare terechtzitting stelt de rechtbank het volgende vast.
Tijdens de ISD-maatregel heeft veroordeelde met Stichting Terwille gewerkt aan zijn middelenverslaving en hij scoort negatief op urinecontroles. Daarmee lijkt een van de doelen van de ISD-maatregel, de aanpak van verslavingsproblematiek teneinde recidive te voorkomen, te zijn verwezenlijkt.
Daarnaast was de ISD-maatregel in het geval van veroordeelde gericht op een geslaagde terugkeer naar zijn thuisland. Veroordeelde verblijft immers onrechtmatig in Nederland en kan om die reden geen aanspraak maken op sociale voorzieningen en hulpverlening. Aan dit doel is de afgelopen anderhalf jaar onvoldoende gewerkt. Zo is er nog geen vertrekplan gemaakt en is er geen informatie beschikbaar over de zorg en hulp die veroordeelde in [geboorteland] zou kunnen krijgen. Bovendien zal veroordeelde na beëindiging van de ISD-maatregel worden overgeleverd aan [geboorteland] teneinde daar een openstaande gevangenisstraf van twee jaren uit te zitten. Echter, heeft veroordeelde in Nederland nog een gevangenisstraf voor de duur van 18 dagen openstaan, waardoor de feitelijke overlevering niet kan plaatsvinden. Deze openstaande gevangenisstraf staat dus in de weg aan overlevering van veroordeelde aan [geboorteland]. Hierdoor dreigt veroordeelde (buiten zijn schuld om) de volledige ISD-maatregel te moeten uitzitten terwijl één van de doelen van de ISD-maatregel, te weten een geslaagde terugkeer naar zijn thuisland, nimmer verwezenlijkt zou kunnen worden als gevolg van die nog openstaande straf.
De rechtbank is van oordeel dat bovengenoemde ‘vicieuze cirkel’ doorbroken moet worden. Alles overwegend ziet de rechtbank thans geen noodzaak meer om de ISD-maatregel nog voort te zetten. Bij beëindiging van de maatregel kan de openstaande gevangenisstraf in Nederland ten uitvoer worden gelegd. Na het uitzitten van deze straf kan veroordeelde zo spoedig mogelijk worden overgeleverd aan [geboorteland]. Nu hij daar een langdurige gevangenisstraf zal ondergaan, leidt de beëindiging van de maatregel er in ieder geval voor de komende jaren niet toe dat veroordeelde in Nederland of andere Europese lidstaten opnieuw overlast zal veroorzaken.
Daarom wordt als volgt beslist.
Gezien artikel 6:6:14 van Pro het Wetboek van Strafvordering.

Beslissing

De rechtbank beëindigt de ISD-maatregel met ingang van heden.

Deze beslissing is gegeven door
mr. P.B. Spaargaren, voorzitter,
mrs. A.M.F. Huigen en J.W.H.G. Loyson, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. I. van Heusden, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 23 september 2022.