8.3Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen maatregel gelet op de aard en de ernst van wat bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.
De rechtbank heeft kennisgenomen van het reclasseringsadvies van [instantie] verslavingszorg van 28 april 2022 met bijlage, opgemaakt door [naam 1] , reclasseringswerker. Dit rapport houdt – zakelijk weergegeven – onder meer het volgende in:
Het risico op recidive wordt ingeschat als hoog.
De reclassering heeft reeds in een eerder stadium aangegeven dat slechts oplegging van een
onvoorwaardelijke ISD-maatregel het delictpatroon kan doorbreken. Betrokkene is van [nationaliteit] komaf en kampt met forse alcoholproblematiek. Hij leidt een zwervend bestaan, heeft geen werk en geen inkomen. Hij komt regelmatig in aanraking met justitie wegens met name vermogensdelicten en openbare dronkenschap. Hij pleegt deze feiten, die veelal onder invloed van alcohol plaatsvinden, om in zijn levensonderhoud en alcoholgebruik te kunnen voorzien. Betrokkene is de Nederlandse taal niet machtig en dient in Nederland zelfvoorzienend te zijn. Dit is hem echter mede door zijn problematiek niet gelukt. Wij zien enkel meerwaarde in oplegging van een onvoorwaardelijke ISD-maatregel, zodat er binnen deze maatregel gewerkt kan worden aan een goede terugkeer naar [geboorteland] . Er is sprake van binding aldaar: de familie en kinderen van betrokkene zijn er woonachtig. Een terugkeer naar [geboorteland] biedt naar onze visie het meest reële toekomstperspectief voor betrokkene en daarmee de meest reële kans op het terugdringen van recidive.
Op 21 januari 2022 kreeg hij in de eerder genoemde strafzaak een voorwaardelijke ISD- maatregel opgelegd. Dit heeft hem er echter niet van weerhouden om (bij bewezenverklaring van de feiten), kort daarna opnieuw de fout in te gaan. Betrokkene wist dat hij hiermee riskeerde alsnog een onvoorwaardelijke ISD-maatregel opgelegd te krijgen. Betrokkene had in een eerder stadium aangegeven dat hij zelfstandig na zijn detentie zijn leven zou gaan oppakken in [land] of [geboorteland] . Hij had aangegeven geen hulp daarbij nodig te hebben, omdat hij abstinent was geworden tijdens zijn laatste detentie.
Uit de processtukken maken wij op dat betrokkene heeft aangegeven in tussenliggende periode teruggereisd te zijn naar [land] , omdat hij van plan was om terug te keren
naar [geboorteland] . Hij is echter opnieuw teruggekeerd naar Nederland, alwaar hij naar zijn zeggen een week lang zijn verjaardag ging vieren samen met een man in Amsterdam. Er lijkt geenszins meer sprake te zijn geweest van het opvolgen van zijn voornemen tot abstinentie van middelen. Betrokkene had afgesproken in een coffeeshop en is in beschonken toestand naar de supermarkt gegaan. Hier heeft hij vervolgens (indien bewezen) een sixpack bier gestolen. Betrokkene wekt derhalve geenszins de indruk dat hij onder de indruk is geweest van zijn voorwaardelijke ISD-maatregel en dat hij van plan is om te werken aan zijn herstel en terugkeer naar [geboorteland] (of zoals hij eerder aangegeven heeft naar [land] ).
Verder heeft de rechtbank ter terechtzitting van 6 juli 2022 reclasseringswerker [naam 2] , verbonden aan [instantie] Reclassering [plaats] , als deskundige gehoord. Zij heeft verklaard achter het advies tot oplegging van de ISD-maatregel te staan.
De rechtbank stelt vast dat ten aanzien van het bewezen geachte feit aan alle voorwaarden is voldaan die artikel 38m van het Wetboek van Strafrecht aan het opleggen van de ISD-maatregel stelt.
Hiervoor is bewezen verklaard dat verdachte een misdrijf heeft begaan waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten. Uit het uittreksel Justitiële Documentatie van 11 juli 2022 blijkt dat verdachte gedurende de vijf jaren voorafgaand aan15 februari 2022 ten minste driemaal wegens een misdrijf onherroepelijk is veroordeeld tot een vrijheidsbenemende straf (parketnummers 09/114788-21, 09/280549-20 en 09/266479-20) terwijl het in dit vonnis bewezen verklaarde feit is begaan na tenuitvoerlegging van deze straffen en er, zoals blijkt uit de hiervoor genoemde rapportage, ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte wederom een misdrijf zal begaan.
Blijkens voornoemd uittreksel is ook voldaan aan de eisen die de “Richtlijn voor Strafvordering bij meerderjarige veelplegers” van het Openbaar Ministerie stelt: verdachte is een zeer actieve veelpleger, die over een periode van vijf jaren processen-verbaal tegen zich zag opgemaakt worden voor meer dan tien misdrijven, waarvan ten minste één in de laatste twaalf maanden, terug te rekenen vanaf de pleegdatum van het laatst gepleegde feit.
De rechtbank acht zich voldoende voorgelicht op basis van de reclasseringsrapporten en volgt het advies van de reclassering om aan verdachte de onvoorwaardelijke ISD-maatregel op te leggen. Bij vonnis van de rechtbank Amsterdam van 21 januari 2022 is ondanks de eis van de officier van justitie en het advies van de reclassering tot oplegging van de ISD-maatregel een voorwaardelijke ISD-maatregel voor de duur van één jaar aan verdachte opgelegd. De rechtbank heeft verdachte daarmee een kans geboden om terug te keren naar [geboorteland] waar hij een behandeling voor zijn alcoholverslaving zou kunnen ondergaan. Nu is gebleken dat verdachte weer is teruggekeerd naar Nederland en niet abstinent is gebleven van alcohol constateert de rechtbank dat het opleggen van een voorwaardelijke ISD-maatregel niet heeft geholpen om recidive te voorkomen. Binnen een onvoorwaardelijke ISD-maatregel kan op een verantwoorde wijze naar de terugkeer van verdachte naar [geboorteland] worden toegewerkt, zodat verdachte ook in [geboorteland] hulpverlening zal krijgen en abstinent van alcohol zal blijven. Verder eist de veiligheid van personen of goederen het opleggen van deze maatregel, gezien de ernst en het aantal door verdachte begane soortgelijke feiten.
Om de beëindiging van de recidive van verdachte en het leveren van een bijdrage aan de oplossing van zijn problematiek alle kansen te geven en voorts ter optimale bescherming van de maatschappij, is het van groot belang dat voldoende tijd wordt genomen om de ISD-maatregel ten uitvoer te leggen. Daarom zal de rechtbank de maatregel voor de maximale termijn van twee jaren opleggen en de tijd die door verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht niet in mindering brengen op de duur van de maatregel.
Tussentijdse beoordeling
De rechtbank ziet ten slotte aanleiding om uiterlijk negen maanden na aanvang van de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel, de noodzaak van de voortzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel te toetsen, dit gelet op belang van verdachte dat de terugkeer zo spoedig mogelijk en op verantwoorde wijze zal plaatsvinden.