De rechtbank Amsterdam behandelde op 29 september 2022 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene. Eerder was een gedeeltelijke zorgmachtiging voor zes maanden verleend, waarbij het resterende deel van het verzoek was aangehouden voor aanvullende medische informatie.
Betrokkene lijdt aan een paranoïde psychose en schizotypische persoonlijkheidsstoornis, wat leidt tot ernstig nadeel in de vorm van maatschappelijke teloorgang. De raadsman betoogde echter dat betrokkene wilsbekwaam is en dat het verzoek daarom afgewezen moet worden. De rechtbank concludeerde dat betrokkene inderdaad wilsbekwaam is, omdat er geen voldoende onderbouwing was dat betrokkene niet tot een redelijke waardering van haar belangen in staat is.
De rechtbank oordeelde dat de wensen en voorkeuren van betrokkene ten aanzien van verplichte zorg gerespecteerd moeten worden, tenzij sprake is van wilsonbekwaamheid of acuut levensgevaar. Dit was niet het geval. Daarom werd het resterende deel van het verzoek afgewezen. De beschikking is op 29 september 2022 mondeling gegeven en op 13 oktober 2022 schriftelijk uitgewerkt.