De rechtbank Amsterdam heeft op 6 oktober 2022 uitspraak gedaan over de vordering tot overlevering van een opgeëiste persoon aan Hongarije. Deze vordering is gebaseerd op een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de District Court of Kecskemét. De opgeëiste persoon werd verdacht van een strafbaar feit onder Hongaars recht, te weten diefstal door twee of meer verenigde personen.
Tijdens de openbare zitting op 22 september 2022 werd de identiteit van de opgeëiste persoon vastgesteld en bevestigd. De verdediging gaf aan dat er geen weigeringsgronden aanwezig waren en verwees naar het oordeel van de rechtbank. De rechtbank heeft vervolgens de inhoud en grondslag van het EAB onderzocht en vastgesteld dat het voldoet aan de wettelijke eisen, waaronder de vereiste dubbele strafbaarheid van het feit volgens Nederlands recht.
Omdat er geen weigeringsgronden waren en het EAB aan alle voorwaarden voldeed, heeft de rechtbank de overlevering toegestaan. De uitspraak is definitief, aangezien tegen deze beslissing geen gewoon rechtsmiddel openstaat volgens artikel 29, tweede lid, van de Overleveringswet.