ECLI:NL:RBAMS:2022:6043

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
7 september 2022
Publicatiedatum
21 oktober 2022
Zaaknummer
13/140945-22 (EAB I)
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 22 OLWArt. 23 OLWArt. 29 OLW
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tussenuitspraak over onduidelijkheid grondslag Europees aanhoudingsbevel Tsjechië

De rechtbank Amsterdam behandelde op 7 september 2022 een vordering tot overlevering op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door Tsjechië. De opgeëiste persoon wordt verdacht op basis van een vonnis van het Kantongerecht Rychnov nad Kněžnou en een besluit van de Arrondissementsrechtbank Hradec Králové. De rechtbank stelde vast dat onduidelijkheid bestaat over de inhoud en juridische grondslag van het besluit van 23 februari 2021.

Tijdens de zitting bevestigde de opgeëiste persoon zijn identiteit en Tsjechische nationaliteit. De rechtbank besloot het onderzoek te heropenen en te schorsen om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen nadere vragen te stellen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit over de aard van het besluit van 23 februari 2021 en de procedure in hoger beroep.

De zaak wordt op 14 september 2022 voortgezet. De rechtbank beveelt tevens de oproeping van de opgeëiste persoon en een tolk in de Tsjechische taal. Tegen deze tussenuitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.

Uitkomst: De rechtbank heropent en schorst de zaak wegens onduidelijkheid over de grondslag van het Europees aanhoudingsbevel en verzoekt nadere informatie.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/140945-22 (EAB I)
RK nummer: 22/3240
Datum uitspraak: 7 september 2022
TUSSEN
UITSPRAAK
op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet Pro (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 20 juni 2022 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 26 april 2022 door het Kantongerecht te
Rychnov nad Kněžnou(Tsjechië) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[naam opgeëiste persoon],
geboren te [geboorteplaats] (Tsjecho-Slowakije) op [geboorteplaats] 1976,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[BRP-adres],
hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1.Procesgang

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 24 augustus 2022. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. M. Diependaal. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsman, mr. E. Boskma, advocaat te Alkmaar en door een tolk in de Tsjechische taal.
Op grond van artikel 22, derde lid, OLW heeft de rechtbank de termijn waarbinnen zij op grond van het eerste lid van dit artikel uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Tsjechische nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

In het EAB wordt melding gemaakt van een vonnis van het Kantongerecht te
Rychnov nad Kněžnou(Tsjechië) van 4 januari 2021, dossiernummer 2 T 13/2020, en het besluit van de Arrondissementsrechtbank te
Hradec Králové(Tsjechië) van 23 februari 2021, dossiernummer 11 To 31/2021-232 (referentie: 2 T 13/2020).
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van 1 jaar, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis.
Dit vonnis betreft het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Tijdens het beraad in raadkamer is de rechtbank tot het oordeel gekomen dat sprake is van onduidelijkheid over de grondslag van het EAB. In
Form Astaat dat aan het EAB ten grondslag ligt (onderstreping door de rechtbank):
“The a/m wanted person was sentenced on 04.01.2021 by the decision of the 2 T 13/2020 issued by District court in Rychnov nad Kneznouin connection withthe decision ref.no. 11 To 31/2021-232 issued by Regional court in Hradeck Kralove on 23.02.2021.”
In het EAB staat in onderdeel b) als grondslag (onderstreping door de rechtbank):
“een vonnis van het Kantongerecht te Rychnov nad Kněžnou (Tsjechië) van 4 januari 2021, dossiernummer 2 T 13/2020,enhet besluit van de Arrondissementsrechtbank te Hradec Králové (Tsjechië) van 23 februari 2021, dossiernummer 11 To 31/2021-232 (referentie: 2 T 13/2020).”
De rechtbank is van oordeel dat het op dit moment onduidelijk is wat het besluit van de
Regional Court in Hradec Královévan 23 februari 2021 inhoudt, waardoor onduidelijkheid over de grondslag van het EAB bestaat.
De rechtbank verzoekt de officier van justitie daarom de volgende vragen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit voor te leggen met betrekking tot beide genoemde beslissingen van respectievelijk van 4 januari 2021 en dat van 23 februari 2021 in onderdeel b) van het EAB:
  • Wat behelst het besluit van 23 februari 2021?
  • indien het besluit van 23 februari 2021 een beslissing naar aanleiding van een ingesteld hoger beroep is waarin opnieuw ten gronde over de schuldvraag en/of de strafoplegging is geoordeeld, dan verzoekt de rechtbank de uitvaardigende justitiële autoriteit om rubriek d) in het EAB ten aanzien van de procedure in hoger beroep in te vullen.

4.Slotsom

Gelet op het vorenstaande, zal de rechtbank het onderzoek ter zitting heropenen en voor bepaalde tijd schorsen tot de zitting van
14 september 2022 om 11.00 uurom de officier van justitie in de gelegenheid te stellen voornoemde vragen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit voor te leggen.

5.Beslissing

HEROPENT en SCHORSThet onderzoek ter zitting voor bepaalde tijd tot de zitting van
14 september 2022 om 11.00 uurteneinde de officier van justitie in de gelegenheid te stellen de onder 3 genoemde vragen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit voor te leggen.
BEVEELTde oproeping van de opgeëiste persoon tegen bovengenoemde zittingsdatum met tijdige kennisgeving aan zijn raadsman.
BEVEELTde oproeping van een tolk in de Tsjechische taal tegen bovengenoemde zittingsdatum.
Aldus gedaan door
mr. C. Klomp voorzitter,
mrs. A.J.R.M. Vermolen en J. van Zijl, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. V.D. Reinders griffier,
en uitgesproken ter openbare zitting van 7 september 2022.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.