ECLI:NL:RBAMS:2022:6223

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
27 oktober 2022
Publicatiedatum
31 oktober 2022
Zaaknummer
13/001914-22
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens weerlegging witwasvermoeden bij aankoop Volkswagen Polo

Op 29 juli 2020 werd een contant geldbedrag van €18.900 op de bankrekening van een derde gestort, waarna verdachte met dat geld een Volkswagen Polo aanschafte. Verdachte ontving destijds een uitkering, wat aanleiding gaf tot een vermoeden van witwassen.

De officier van justitie stelde dat verdachte geen verifieerbare en concrete verklaring had gegeven over de herkomst van het geld en de auto, en dat er sprake was van nauwe samenwerking met een medeverdachte. De verdediging betoogde dat verdachte een concrete, verifieerbare en niet onwaarschijnlijke verklaring had gegeven, ondersteund door een getuigenverklaring.

De rechtbank oordeelde dat verdachte aannemelijk had gemaakt dat een deel van het geld was geleend van familieleden en dat het resterende bedrag was gespaard. De verklaring werd als concreet en verifieerbaar beschouwd. Het Openbaar Ministerie had de verklaring slechts deels onderzocht en had nader onderzoek moeten verrichten. Daarom werd verdachte vrijgesproken van het medeplegen van witwassen.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van medeplegen witwassen van €18.900 en een Volkswagen Polo.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling Publiekrecht
Teams Strafrecht
Parketnummer: 13/001914-22
Datum uitspraak: 27 oktober 2022
Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1992,
wonende op het adres [adres] .

1.Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 13 oktober 2022.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. D.G. Specker en van wat verdachte en zijn raadsvrouw mr. R.V.S. Adriaanse naar voren hebben gebracht.

2.Tenlastelegging

Aan verdachte is – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij zich op 29 juli 2020 in Amsterdam, samen met een ander, heeft schuldig gemaakt aan witwassen van € 18.900,- en/of een Volkswagen Polo.
De tekst van de volledige tenlastelegging is opgenomen in een
bijlagedie aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.

3.Vrijspraak

3.1.
Standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie vindt dat het medeplegen van witwassen van € 18.900,- en de Volkswagen Polo kan worden bewezen. Het witwasvermoeden kan worden aangenomen op basis van de feiten en omstandigheden die uit het dossier blijken en deze dienen in onderlinge samenhang te worden bezien. Verdachte heeft vervolgens geen verifieerbare, concrete en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring over de herkomst van het geldbedrag en de Volkswagen Polo gegeven. Bovendien is de verklaring van verdachte met onvoldoende stukken onderbouwd. Hierdoor heeft hij het vermoeden van witwassen niet kunnen weerleggen. Het kan daarom niet anders zijn dan dat het geldbedrag en de Volkswagen Polo van misdrijf afkomstig zijn en dat verdachte dit wist.
Verdachte heeft dit feit samen met medeverdachte [medeverdachte] gepleegd. Er is sprake van nauwe en bewuste samenwerking, omdat er gezamenlijk gebruik is gemaakt van de Volkswagen Polo, zowel verdachte als [medeverdachte] een geldbedrag in die auto hebben geïnvesteerd en de verklaringen naderhand onderling zijn afgestemd.
3.2.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw vindt dat verdachte moet worden vrijgesproken van het medeplegen van witwassen. Op basis van het dossier kan er geen witwasvermoeden worden aangenomen. Voor zover wel sprake zou zijn van een witwasvermoeden heeft verdachte voor de herkomst van het geldbedrag van € 18.900,- een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring gegeven. Deze verklaring is door het Openbaar Ministerie onderzocht en geverifieerd. De verklaring van verdachte wordt namelijk bevestigd door de verklaring van [persoon 1] . Nu het geldbedrag een legale herkomst kent, kan niet worden toegekomen aan een beoordeling van de vraag of de Volkswagen Polo van misdrijf afkomstig is wegens het causaal verband tussen de aankoop van die auto met het geldbedrag van € 18.900,-.
3.3.
Oordeel van de rechtbank
Op 29 juli 2020 is een contant geldbedrag van € 18.900,- op de bankrekening van [persoon 2] gestort. Vervolgens heeft [verdachte] met dat geldbedrag een Volkswagen Polo aangeschaft. Ten tijde van de aankoop van deze auto ontving verdachte een uitkering. Deze omstandigheden leveren een vermoeden van witwassen op. Verdachte heeft verklaard dat hij een gedeelte van het geld, in totaal € 15.000,-, van zijn moeder, oma en vriend van zijn oma heeft geleend. Het restant van de koopsom heeft verdachte zelf bij elkaar gespaard. Verder heeft verdachte verklaard dat de autodealer geen contante geldbedragen in ontvangst wilde nemen en hij daarom het contante geld op de bankrekening van [persoon 2] heeft gestort en vervolgens de koopsom vanaf die rekening heeft gepind.
De rechtbank is van oordeel dat verdachte een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring heeft gegeven. Verdachte heeft met deze verklaring het vermoeden van witwassen weerlegd. Het Openbaar Ministerie heeft deze verklaring tot op zekere hoogte onderzocht door [persoon 1] te horen. Echter lag het op de weg van het Openbaar Ministerie nader onderzoek naar de verklaring van verdachte te verrichten. Verdachte wordt daarom vrijgesproken van het medeplegen van witwassen van € 18.900,- en de Volkswagen Polo.

4.Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing:
Verklaart het ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.
Dit vonnis is gewezen door
mr. P. van Kesteren, voorzitter,
mrs. D. Segbedzi en R.J. Bartels, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. M.E. Niemeijer, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 27 oktober 2022.
[…]
.