Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
bijlagedie aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.
Rechtbank Amsterdam
Op 29 juli 2020 werd een contant geldbedrag van €18.900 op de bankrekening van een derde gestort, waarna verdachte met dat geld een Volkswagen Polo aanschafte. Verdachte ontving destijds een uitkering, wat aanleiding gaf tot een vermoeden van witwassen.
De officier van justitie stelde dat verdachte geen verifieerbare en concrete verklaring had gegeven over de herkomst van het geld en de auto, en dat er sprake was van nauwe samenwerking met een medeverdachte. De verdediging betoogde dat verdachte een concrete, verifieerbare en niet onwaarschijnlijke verklaring had gegeven, ondersteund door een getuigenverklaring.
De rechtbank oordeelde dat verdachte aannemelijk had gemaakt dat een deel van het geld was geleend van familieleden en dat het resterende bedrag was gespaard. De verklaring werd als concreet en verifieerbaar beschouwd. Het Openbaar Ministerie had de verklaring slechts deels onderzocht en had nader onderzoek moeten verrichten. Daarom werd verdachte vrijgesproken van het medeplegen van witwassen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van medeplegen witwassen van €18.900 en een Volkswagen Polo.