Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Beslissing
1.In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
a)een fiscaal gezinsinkomen, dat minder dan of gelijk is aan 120% van het bruto wettelijk minimum loon voor gehuwden of daaraan gelijkgestelden of;
Rechtbank Amsterdam
Eiseres, gehuwd met vier kinderen, heeft voor de schooljaren 2020-2021 en 2021-2022 een scholierenvergoeding aangevraagd en een tegemoetkoming in meerkosten vanwege een chronische ziekte. Verweerder wees deze aanvragen af omdat het inkomen van eiseres in 2019 en 2020 boven het toetsbedrag lag. Eiseres voerde aan dat bijzondere omstandigheden, zoals een marginale overschrijding van het inkomen, hoge medische kosten en schulden, een uitzondering rechtvaardigen via de hardheidsclausules en het evenredigheidsbeginsel.
De rechtbank oordeelt dat het inkomen van eiseres inderdaad boven de norm ligt en dat een geringe overschrijding geen reden is om van de regeling af te wijken. De hardheidsclausules kunnen alleen in zeer bijzondere gevallen worden toegepast, en de omstandigheden van eiseres zijn niet uitzonderlijk genoeg. Ook het beroep op het evenredigheidsbeginsel faalt omdat de norm een gerechtvaardigd doel dient, noodzakelijk en evenwichtig is en de beleidsregel niet onrechtmatig is.
De rechtbank wijst erop dat eiseres andere mogelijkheden heeft voor financiële hulp, zoals bijzondere bijstand of ondersteuning via de Wmo. De afwijzingen blijven daarom in stand, en eiseres krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak bevestigt dat de regelgeving strikt wordt toegepast en dat individuele omstandigheden niet snel leiden tot afwijking van de inkomensnormen.
Uitkomst: De beroepen van eiseres tegen de afwijzing van de scholierenvergoeding en de tegemoetkoming in meerkosten worden ongegrond verklaard.