Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de meervoudige kamer van 5 oktober 2022 in de zaak tussen
[eiseres] , te Amsterdam, eiseres
de minister van Buitenlandse Zaken, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
.Op 1 mei 2022 is de Wet open overheid (hierna: Woo, Staatsblad 2021, 499), zoals gewijzigd bij de Wijzigingswet Woo (Staatsblad 2021, 500), in werking getreden. Artikel 10.1 van de Woo bepaalt dat de Wob wordt ingetrokken. Er is niet voorzien in overgangsrecht. Dat betekent dat de Woo onmiddellijke werking heeft en dat met ingang van 1 mei 2022 besluiten op vóór de inwerkingtreding van de Woo ingediende Wob-verzoeken met inachtneming van de bepalingen van de Woo moeten worden genomen. Het bestreden besluit is genomen op 21 juni 2021, dus voor 1 mei 2022. Dat betekent dat in dit geval de Wob nog van toepassing is.
.Zelfs al zou het DWU geen rechtstreekse werking hebben binnen de Nederlandse rechtsorde en daarmee geen voorrang genieten boven de Wob, dan nog zou de Wob niet van toepassing zijn. Via artikel 1:5 van Pro de Algemene douanewet (ADW) is artikel 12 van Pro het DWU namelijk integraal opgenomen in de ADW, een lex specialis ten opzichte van de Wob. [2]
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 5 oktober 2022.