Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 oktober 2022 in de zaak tussen
[eiseres] , te Amsterdam, eiseres
Procesverloop
31 juli 2020 hierop gereageerd.
Overwegingen
Uit het feit dat een gespecialiseerde instelling als het [bedrijf] in 2015 aangaf dat betrokkene niet voldeed aan de diagnostische criteria van een autistische stoornis, alsook de bevindingen bij psychisch onderzoek van de primaire arts en verzekeringsarts [de persoon 3] en betrokkene's sociale leven wijzen er op dat bij betrokkene sprake is van een vrij milde vorm.” De rechtbank volgt de verzekeringsarts bezwaar en beroep hierin niet. [eiseres] heeft toegelicht en met medische stukken onderbouwd dat de diagnose ASS bij haar pas laat is gesteld en een verklaring vormt voor de beperkingen die zij ondervindt. Nu de verzekeringsarts bezwaar en beroep de diagnose ASS erkent, zijn de bevindingen van het [bedrijf] uit 2015 achterhaald.
“Vanuit haar geschiedenis en haar problematiek is te verwachten dat wanneer mevrouw weer aan het
werk gaat voor 70%, zoals voorgesteld door het UWV, zij dit gedurende een periode zal weten vol te houden waarna zij opnieuw zal decompenseren met ernstig depressieve en lichamelijke klachten, zoals dit reeds enkele malen is gebeurd (zie hieronder) dit omdat de overbelasting die al voortkomt vanuit het autisme niet zal afnemen.”
Beslissing
mr. N. Bissumbhar, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
12 oktober 2022.