De rechtbank Amsterdam behandelde het verzoek van een bewindvoerder om de beslagvrije voet van haar cliënt te verhogen op grond van artikel 475fa Rv. De cliënt ontvangt een WIA-uitkering en staat onder beschermingsbewind vanwege zijn lichamelijke en geestelijke toestand. Diverse executoriaal beslagen zijn gelegd op zijn uitkering. De beslagvrije voet was vastgesteld op €594 per maand, wat onvoldoende bleek om noodzakelijke kosten te dekken.
De bewindvoerder verzocht om een verhoging van de beslagvrije voet met €125 per maand om onder meer de kosten van het beschermingsbewind, de eigen bijdrage voor zorg, WA-verzekering en bankkosten te kunnen betalen. De schuldenaar is permanent opgenomen in een verpleeginrichting en heeft een aanzienlijke schuldenlast.
LAVG, de coördinerend deurwaarder, voerde verweer dat er geen sprake was van een uitzonderlijke situatie die een verhoging rechtvaardigde en stelde een ingangsdatum van 19 september 2022 voor. De kantonrechter oordeelde dat de kosten van het beschermingsbewind en de zorgbijdrage uitzonderlijke noodzakelijke extra kosten zijn die niet op andere wijze vergoed kunnen worden.
Daarom werd de beslagvrije voet verhoogd met €125 tot €719 per maand met ingang van 25 juli 2022, de datum van het eerste verzoek tot herberekening. De verhoogde voet geldt voor de duur van een jaar en moet door de deurwaarder worden toegepast voor alle beslagleggers. Teveel ingehouden bedragen dienen te worden gerestitueerd. LAVG werd veroordeeld in de proceskosten.