Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Onderzoek ter terechtzitting
2.Beschuldiging
3.Waardering van het bewijs
4.Bewezenverklaring
5.Strafbaarheid van het feit en van verdachte
6.Motivering van de straffen
7.Vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
taakstrafvan
180 (honderdtachtig) uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 90 (negentig) dagen, met bevel dat de tijd die door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van deze straf geheel in mindering zal worden gebracht naar de maatstaf van 2 (twee) uren per dag.
gevangenisstrafvan
1 (één) maand.
niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij later anders wordt gelast.
proeftijdvan
2 (twee) jarenvast.
[aangever]toe tot een bedrag van
€ 1.000,00 (duizend euro)aan vergoeding van
immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (22 mei 2020) tot aan de dag van de algehele voldoening.
overige niet-ontvankelijkin zijn vordering tot vergoeding van
immateriële schade.
materiële schade.
ten behoeve van [aangever] aan de Staat € 1.000,00 (duizend euro)te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (22 mei 2020) tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 20 (twintig) dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.