ECLI:NL:RBAMS:2022:6713
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken winstbejag en onvoldoende bewijs medeplegen mensensmokkel
Verdachte en haar echtgenoot hadden na afloop van de au pair-periode een vrouw in huis die wederrechtelijk in Nederland verbleef. Verdachte betaalde haar voor huishoudelijke taken en huisvesting. Het Openbaar Ministerie stelde dat dit uit winstbejag gebeurde en dat verdachte medepleger was van mensensmokkel toen de vrouw naar Spanje werd gebracht.
De verdediging voerde aan dat er geen winstbejag was en dat verdachte uit noodtoestand handelde om humanitaire redenen. Ook ontkende zij medeplegen bij de mensensmokkel. De rechtbank oordeelde dat hoewel verdachte en haar echtgenoot wisten van het wederrechtelijk verblijf en behulpzaam waren, er geen bewijs was voor winstbejag. Verdachte had de vrouw willen helpen vanwege haar persoonlijke omstandigheden en ontving een vergoeding die hoger was dan normaal voor een au pair.
Ten aanzien van de mensensmokkel was alleen de echtgenoot betrokken bij het vervoer naar Spanje. Er was geen nauwe en bewuste samenwerking met verdachte. Verdachte leverde geen materiële of intellectuele bijdrage van voldoende gewicht. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van beide ten laste gelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van het uit winstbejag behulpzaam zijn bij wederrechtelijk verblijf en van medeplegen van mensensmokkel.