ECLI:NL:RBAMS:2022:68
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Huurprijsvermindering bedrijfsruimte wegens coronamaatregelen volgens vastelastenmethode
In deze zaak vorderen eiseressen, verhuurders van bedrijfsruimte, betaling van achterstallige huur van gedaagde huurder die vanwege coronamaatregelen een huurkorting claimt. De procedure volgt op een tussenvonnis waarbij gedaagde bewijs leverde over omzetdaling en ontvangen TVL-steun.
De Hoge Raad heeft in december 2021 geoordeeld dat coronamaatregelen een onvoorziene omstandigheid vormen die huurprijsvermindering rechtvaardigt, en een model (vastelastenmethode) gegeven voor de berekening. De kantonrechter past dit model toe, waarbij de huurprijsvermindering gelijk wordt verdeeld tussen huurder en verhuurder, met aftrek van het aandeel TVL.
De kantonrechter berekent een huurkorting van €341,38 per maand vanaf 15 maart 2020 tot juni 2021. De achterstand wordt verminderd met deze korting, waardoor gedaagde nog €9.232,10 moet betalen. Proceskosten worden grotendeels aan gedaagde opgelegd. De vordering tot ontbinding wordt afgewezen.
Partijen kunnen de huurkorting na juni 2021 zelf berekenen volgens de vastgestelde methode. De uitspraak bevestigt de toepassing van de vastelastenmethode en de redelijkheid en billijkheid bij huurprijsaanpassing door coronamaatregelen.
Uitkomst: Gedaagde krijgt een huurprijsvermindering van €341,38 per maand toegewezen en wordt veroordeeld tot betaling van €9.232,10 aan huurachterstand.