De rechtbank Amsterdam behandelde een verzoek tot verdeling van de wettelijke beperkte gemeenschap van goederen tussen partijen die op 22 februari 2019 in India zijn gehuwd en inmiddels gescheiden zijn. De echtscheiding werd uitgesproken op 31 augustus 2022 en ingeschreven op 14 oktober 2022. De rechtbank stelde vast dat Nederlands recht van toepassing is op het huwelijksvermogensregime.
Partijen waren het oneens over de peildatum voor de omvang en samenstelling van de gemeenschap. De rechtbank koos de datum van het verzoekschrift, 23 maart 2022, als peildatum. De te verdelen goederen en schulden werden per onderdeel besproken, waaronder een Samsung televisie die verkocht moet worden, diverse bankrekeningen die grotendeels aan de man werden toegedeeld, en een zorgtoeslagschuld die de vrouw voor eigen rekening neemt. De man moet een bedrag van €1.565,14 aan de vrouw voldoen.
Verzoeken van partijen om aanvullende zaken, zoals het overhandigen van persoonlijke spullen en sieraden, werden afgewezen wegens gebrek aan bewijs of omdat de rechtbank niet kon vaststellen of deze zich bij de wederpartij bevinden. Het verzoek van de man om een strafrechtelijke aanklacht in India te laten intrekken werd eveneens afgewezen omdat dit geen nevenvoorziening is in de echtscheidingsprocedure.
De rechtbank bepaalde dat elke partij de eigen proceskosten draagt en verklaarde de beslissing uitvoerbaar bij voorraad. Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden.